Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

% 6g. Rivieren. De Afrikaansche rivieren hebben in de verschillende tijden des jaars een zeer afwisselende waterhoeveelheid, doordat bijna nergens in het werelddeel de regen eenigszins gelijkmatig over het jaar is verdeeld, en eeuwige sneeuw slechts op enkele der allerhoogste toppen wordt gevonden. Dit zou de bevaarbaarheid van de grootste onder haar, als den Nijl, den Niger, den Kongo, den Zambesi, echter niet zooveel schaden. Lastiger is voor bijna alle de omstandigheid, dat zij, voordat ze de smalle kustzone bereiken, zich een weg moeten banen door dc randterrassen, die het hooge binnenland omzoomen. Zoo maakt de Kongo nog watervallen op betrekkelijk korten afstand van den mond, en de N ij 1, de langste rivier der Aarde, heeft zijne laatste stroomversnellingen bij Assoean, waar hij over granictbanken stroomt. Aldus is de benedenloop der Afrikaansche rivieren slechts kort en dit \ ermindert hunne belangrijkheid als verkeerswegen met het binnenland zeer, wat te nadeeliger is, omdat de zee nergens

diep in het land dringt.

Op Afrika's noordkust stroomt geen andere rivier van beteekenis uit dan de Nijl. De Witte Nijl voert water aan uit dc groote meren der aequatoriale gewesten (\ ictoria-, Albert- en Albert-Edwardmeer). De Blauwe Nijl en de Atbara ontvangen hun water van het Abessinische hoogland. Van Berber af neemt de Nijl geen permanente bijrivier meer op. Zijn groote watervoorraad is evenwel machtig genoeg om dwars door de woestijn zich een weg te banen tot in de Middellandsche zee, waarin hij met twee hoofdarmen door een delta heen uitmondt. In den tijd der zwelling voedt hij de kanalen in zijn dal, dat daaraan zijne vruchtbaarheid heeft te danken (zie blad 39 van Bos' Schoolatlas).

Naar den Atlantischen oceaan stroomen: de Senegal en de Gambia, de Niger, die bij Timboektoe op den rand der woestijn ombuigt en in de golf van Guinea een groote delta vormt, de kolossale, waterrijke Kongo, die vele watervallen heeft, de Oranjerivier, die geheel

Sluiten