Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van Cremona stroomaf is de Po geregeld bedijkt met zware dijken; daarvoor liggen breede uiterwaarden, door

zomerkaden beschermd.

De Po-vlakte was sedert de oudheid een der groote slagvelden van Europa. Het bijeenwonen in steden werd daardoor in de hand gewerkt en zoo is de vlakte, ook in verband met het grootgrondbezit, veel rijker aan bloeiende steden dan aan welvarende dorpen; de boeren zijn veelal arme pachters. In de steden is de belangrijkste industrie

van Italië, vooral zijdespinnerij.

In Piemont (= bergvoet) ligt Turijn (300), waar de wegen over de West-Alpen samenkomen. In Lombardije, de meest industriëele provincie (zijde, parmesaansche kaas, ijzer) ligt Milaan (490), het centrum der Po-vlakte en punt van samenkomst der belangrijkste Alpenwegen; de grootste handelstad en geldmarkt des lands, de hoofdzetel voor de zijde-industrie; beroemde domkerk. Pavia (30) was eens de zetel der Longobardenvorsten; Mantua (30) is een moerasvesting; Verona (65) beheerscht den toegang tot den lirennerpas. Venetië (150), de schoone eilandenstad met hare rijke geschiedenis (in de latere middeleeuwen de eerste handelstad van Europa, die hare bezittingen en kantoren had op vele kuststreken van de oosthelft der Midde landsche zee), wordt door onvoldoende havendiepte m haar handel belemmerd. Padua (52) heeft een oude universiteit Emilia heet naar de Via Emilia, die bij Piacenza (3<>) aan de Po begint en langs Parma (50) en Modena (30) voert naar het mooie, ouderwetsche, stille Bologna (130), oudste universiteit van Europa, aan den belangrijken weg van Rome en het Arno-dal naar de Po-vlakte. Ravenna (20), in de eerste middeleeuwen nog een groote havenstad, is

thans een armelijk landstadje.

De Apennijnen vertoonen in de hooge deelen meest naakte rotsen; behalve in de beide uiteinden, in Ligurië en Calabrië, bestaan ze voor een groot deel uit kalksteen, en hebben veelal den vorm van lange ketenen, met stelle wanden en scherpe toppen. De grootste hoogte en breedte

Sluiten