Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

walvischachtigen in gevonden. Ze komen op de hellingen van vele heuvels aan of dichtbij de oppervlakte en vormen een vruchtbaren bouwgrond. De laatste zijn een moerasvorming, afwisselend met zandgronden en met bruinkoollagen , die nabij Heerlen door dagbouw zullen worden ontgonnen. Deze Limburgsche tertiaire gronden komen vooral aan den dag langs de dalwanden van de Maas, de Geleen en eenige kleinere riviertjes.

Van meer belang zijn de gronden uit het secundaire tijdvak, met name in Zuid-Limburg. Het zijn krijtrotsen, die ook aan de dalwanden te voorschijn komen, dikwijls door de tertiaire gronden en steeds door het löss bedekt. Ze bereiken een dikte tot meer dan 300 M. en bestaan uit verschillende lagen. De bekendste is het Maastrichtsche tufkrijt, dat in de rots zeer zacht is — vandaar de naam—, maar aan de lucht blootgesteld hard wordt. Het bestaat uit bijna zuivere koolzure kalk. In ons land komt het te voorschijn aan weerszijden van het Jekerdal, waar het links den Louwberg, rechts, tusschenJekerenMaas, den St. Pietersberg vormt; verder over grootere lengte aan den rechter Maas-dalwand, bezuiden de Geul tot de Belgische grens: langs het Geuldal vooral aan de linkerhelling, bijna doorloopend; eindelijk op verschillende meer neordelijke punten in kleinere uitgestrektheid. De hoofdmassa der krijtlagen wordt gevormd door foraminiferen. In de 18e eeuw werd de groote schedel eener 8 M. lange reuzenhagedis ontdekt, waarnaar het geslacht Mosasaurus genoemd is.

Oudere gronden uit hetzelfde tijdvak liggen nabij de oppervlakte in het oosten van Twente en de Graafschap. Horingen hebben in deze streken in den jongsten tijd de aanwezigheid van dikke steenzoutlagen in den bodem aangetoond.

Onze oudste gronden, uit het primaire tijdvak, bevatten de steenkolen, waarover later meer. Ze komen nergens aan de oppervlakte, maar zeer dicht daarbij in het dal der Worm.

Zuid-Limburg is het Nederlandsche berglatidje, een randbos—niermeyer , Leerb. L. en V., 7e druk. 17

Sluiten