Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderscheiden we in Nederland: vier in het diluvium; vier in het alluvium; bovendien Zuid-Limburg en het Zuiderzee- en Waddengebied, met de eilanden. De vier eerste zijn: het zuidelijk diluvium, in Brabant en Limburg; het gemengd diluvium bewesten den IJsel: de Veluwe en het Utrechtsche zandgebied; dat beoosten den IJsel, in de Graafschap, Salland en Twente; het noordelijk diluvium, in en om Drente. De vier alluviale landschappen: Het noordelijk laagveen- en zeekleigebied, in Groningen, Friesland en Vollenhove; het Hollandsch-Utrechtsch laagveen- en kleigebied; de rivierkleilanden; het zuidwestelijk zeekleigebied, uit- eilanden en voormalige eilanden bestaande.

§ 18. Zuid-Limburg (bezuiden Sittard) bestaat uit eenige kleine, golvende hoogvlakten, die noordwaarts hellen en door diepe beekdalen worden gescheiden. Deze mooie dalen hebben een eigenaardig karakter, dat zich ook in de aangrenzende deelen van België vertoont: steile, veelal loodrechte rotswanden en daartusschen een geheel vlakken dalbodem. Die bodem is met weiden bedekt, terwijl de plateau's bijna geheel één bouwland vormen (vooral rogge en tarwe). Alleen is de hooge rug langs de zuidgrens met bosch begroeid en enkele der hoogste toppen , die boven het lössdek uitsteken, dragen heide (Vrouwenheide 217 M.); ook ontbreekt de löss benoorden Heerlen en daar ligt een grootere hei. — De hooge akkers zoowel als de lage weiden wisselen af met vele boomgaarden; de warme zomers doen fijne vruchten rijpen, vooral kersen en appelen. Zuid-Limburg heeft de dichtste plattelandsbevolking van Nederland; de dorpen zijn meest klein, maar zeer talrijk. Echter is de welvaart gering, een gevolg van het grootgrondbezit. Veel mooie kasteelen en veel kloosters liggen in dit fraaie land. De boerenhoeven hebben nog den vorm der Romeinsche villa: de gebouwen staan om een groote, vierkante binnenplaats, waartoe een poort toegang geeft.

De uitbreiding der steenkoolontginning brengt een

Sluiten