Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebergten , waarbij echter allerlei combinaties en wijzigingen voorkomen.

Breuk- zoowel als vouwingsgebergten deden bij hun ontstaan den aardomtrek kleiner worden. Waren de Zwitsersche Jura en de West-Alpen niet opgevouwen, ze zouden respectievelijk oostwaarts tot Lausanne—Bern en tot Milaan reiken.

Van veel minder omvang, maar door het catastrofekarakter meer de aandacht trekkende, zijn de vulkanische werkingen.

Vulkanische stoffen schijnen in vroegere geologische tijdperken veelal langs spleten te voorschijn te zijn gekomen. Althans zoo denkt men zich de vulkanische ketenen en plateau's gevormd, die meest uit den tertiairen tijd dagteekenen. Tot plateau's breidden de lava's zich uit, wanneer ze dunvloeibaar waren, bijv. de bazalt. Voorbeelden zijn het Columbia-plateau (blz. 222) en het XW. deel van Dekan. Op Java komen eenige tertiaire vulkanische ketenen voor, maar ook dagteekenen er uit dien tijd reeds ruïnen van vulkanen, die kegelvormig om een centraalpunt zijn opgehoopt, zooals alle in den tegenwoordigen tijd ontstane.

Veel uitgestrekter dan de tertiaire lavaketenen en-kegels zijn op Java de uit tal van ketenen bestaande tertiaire gebergten die opgebouwd zijn uit los vulkanisch materiaal '), somtijds tuffen, maar vooral grove puingesteenten, brecciën en conglomeraten. Meestal liggen ze in lagen en wisselen af met kalkbanken, wat op onderzeesche afzetting wijst.

De quartaire kegelvulkanen zijn veelal in rijen gerangschikt. Ze liggen in terreinen, waar de aardkorst plooiingen ol breuken heeft, het meest langs de randen van den Grooten Oceaan, den Indischen Archipel inbegrepen. Indien een gebergte ligt om een ketelvormige inzinking („ketelbreuk"), dan liggen de vulkanen aan den binnenrand : zoo bij de Apennijnen (de Etna vormt een uitzon-

') De eerste zijn op de geologische kaart in den Schoolatlas (34 A) donkerbruin gekleurd, de laatste donkergeel.

Sluiten