Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meestal op het smeltpunt, en terwijl het van boven afsmelt door de zonnestralen en den regen , des zomers ook door de luchtwarmte, en beneden waarschijnlijk door de aardwarmte , zakt het smeltwater door de spleten, loopt over den bodem en komt te voorschijn als gletsjer beek uit de poort, waarmede de gletsjer steil eindigt. De afsmelting veroorzaakt een geregelde afneming in dikte naar omlaag, in de Alpen van honderden tot enkele meters.

Van de boven den gletsjer uitstekende hellingen vallen fijnere en grovere verweeringsproducten op zijne randen; zij vormen de zijmoreenen (s). Vereenigen zich twee gletsjers, wat in den bovenloop veel voorkomt, dan vormt de

linker zijmoreene van den eenen met de rechter van den tweeden een middelmoreene (/«/«). Een deel van het puin dezer oppervlakte-moreenen raakt door het ijs heen en helpt de grondmoreene vormen, een laag van slib, zand en steenen onderden gletsjer. Maar voor een groot deel schijnt deze ook te ontstaan door mechanische verweering,

gevolg van t bevriezen van het smeltwater in de spleten van den rotsbodem. Aan het vooreinde blijft, bij het afsmelten van het ijs, de eindmoreene (<•) liggen, waarvoor de bijdragen door de moreenen van het gansche gletsjergebied zijn geleverd. Soms is het een smalle muur van steenbrokken, soms een uitgestrekte modder-en puinvlakte, met grintheuveltjes en groote rotsblokken erin. Op de plaat van den glacier d'Argentière zijn , met het einde van den gletsjer, duidelijk de zijmoreenen en de eindmoreenen te zien. Het plaatje van den Aletschgletsjer (tegenover blz. 100) vertoont vooral zeer duidelijk een middelmoreene. — Met water der beek wordt wel gletsjermelk genoemd naar de kleur, veroorzaakt door de zwevende, fijne deelen der grondmoreenen. De grove en harde deelen van deze maken

Sluiten