Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geoefend (b.v. op het naar het hemellichaam toegekeerde punt en een punt dat daarvan i8o° verwijderd is) spreekt het vanzelf, dat de Maan, die zooveel dichterbij de Aarde staat, grooteren invloed in dezen uitoefent dan de 400 maal verder verwijderde Zon. Maan en Zon roepen elk voor zich getijden in 't leven. Twee maan- en twee zonne-vloedgolven, elk paar onderling 180° van elkaar verwijderd, moeten zich van O. naar W. over de oceanen bewegen; de hoogere van de Maan in den omloopstijd der Maan (± 25 uur), de veel zwakkere van de Zon in 24 uur. De laatste versterken of verzwakken meestal slechts het hoofdverschijnsel, zooals dit door de Maan te voorschijn wordt geroepen, in meerdere of mindere mate. Elke i2'/2 uur |S er vloed en midden tusschen twee vloeden in komen de ebben. Bij Volle en Nieuwe Maan, als Zon en Maan juist samenwerken, zijn de getijden het sterkst (springtij); het zwakst zijn ze bij de kwartierstanden (dood getij), als de vloed, door de Maan veroorzaakt, met de eb, door de Zon verwekt, samenvalt. De vastelanden brengen vele onregelmatigheden in 't verschijnsel der getijden te weeg.

Er verloopt voor de verschillende havens meer of minder tijd tusschen het oogenblik, waarop de Maan door den meridiaan der plaats gaat en het oogenblik van hoog water: dit verschil heet de haventijd dier plaats. De oceanen vertoonen getijden van \—2 M. hoogte; de Middellandsche zee heeft veel minder sterke getijden; de Oostzee en groote zoetwatervlakten, als de Canadeesche meren, vertoonen er slechts sporen van. In daarvoor gunstig gelegen inhammen kan 't verschil tusschen eb en vloed vele meters bedragen; in de golf van St. Michel 11 M., in het kanaal van Bristol 16 M., in de Fundy-baai 21 M. In de trechtervormige Ooster- en Wester-Schelde is 't veel grooter dan in de Zuiderzee, die slechts langs smalle gaten met de Noordzee in gemeenschap staat.

§ 35. Zeestroomingen (Kaart 2). De oceanen vertoonen in hunne bovenste lagen stroomingen. De meeste daarvan hebben snelheden van 0.5 M. tot 1 M. per seconde. Men

26*

Sluiten