Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wandstandig, zaaddragers aan den wand der vrucht gezeten.

Wigvormig, langzamerhand smaller wordend (smal en afgerond 3 hoekig).

Windende stengel, een stengel, die zich om andere voorwerpen spiraalvormig windt.

Wollig, met vele zachte haren bezet.

Wortelbladen, bladen, die schijnbaar op den wortel staan.

Wortelstandig, aan den voet van den stengel of onmiddellijk boven den grond staand.

Wortelstok, een onderaardsch, langgerekt stengeldeel, dat gewootIjjk horizontaal in den bodem ligt en in dat geval kruipend heet.

IJ 1 e aar, zie Aar.

IJ 1 e tros, zie Tros.

Zaad, de zich in de vruchtholte bevindende (slechts bij de Coniferen niet opgesloten) tot rijpheid gekomen eitjes.

Zaadkuif, een krans van haren op het zaad staand.

Zaadlobben, zie Kiembladen.

Zittend, zonder steel, bij stampers zonder stjjl, bjj belmknopjes zonder helmdraden.

Zoom, zie Bloembekleedsels.

Zwaarden = Vleugels (zie aldaar).

Zwaardvormig, lijnvormig blad met verdikte middelnerf.

Zijstandig, by bloeiwjjzen, als zjj zjjdelings aan den stengel staan.

Sluiten