Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TABEL

tot het bepalen van den naam van planten, die óf zelden bloeien, óf wier bloemen zeer klein zün, óf die bij het g-ewone determineeren moeiiykheid g-even.

1 Hoornen en heesters, dus houtige planten: zie Tabel tot bepaling

der houtgewassen naar de bladen, blz. 84.

Kruidachtige planten 2

2 Drijvende of ondergedoken waterplanten, d. z. zulke, waarbij hoogstens

de bloemen boven water komen 3

Land- of moerasplanten 20

3 Kleine plantjes, die geheel vrij zwemmen, met vertakte stengeltjes, die

dicht met kleine, schubvormige blaadjes bezet zijn (fig. 39).

Azólla fij.

Kleine plantjes, die meestal op de oppervlakte van het watei drijven of ten deele ondergedoken zijn en uit een bladachtig verbreeden stengel

zonder bladen bestaan (fig. 119—123) Lémna IS9.

l'lanten met duidelijk ontwikkelden stengel en bladen 4

4 liladen gedeeld of samengesteld 22

liladen enkelvoudig, ongedeeld . . . . 5

5 liladen getand of fijn gezaagd 6

Bladen gaafrandig 9

ti liladen in rosetten. drijvend of ondergedoken 7

Bladen in kransen of tegenoverstaand. Ondergedoken planten . . 8

7 Bladen lijn-lancetvormig, met verdikte middelnerf. doornig getand, een

rechtopstaand roset vormend (fig. 384) . . . . Stratiótes asf. Bladen ruitvormig, getand, een op den waterspiegel drijvend roset vormend (Hg. 'JlBi.

Trapa JÜ9.

8 liladen stekelig-getand, schijnbaar kransstandig of tegenoverstaand.

Meestal stijve, broze planten (fig. 126) Najas /««.

Bladen fijn gezaagd, in kransen van 3 of 4 (fig. 383) . Elodéa 33K.

9 Bladen elliptisch of eirond tot langwerpig-lancetvoimig 10

Bladen lijn-, priem-, draad- of borstelvormig 14

10 Bladen tegenoverstaand of verspreid 11

Bladen i-'-ryig, elliptisch of langwerpig. Kleine, vrij zwemmende planten mot bolvormige of eironde sporevruchten (tig. 38) SalviniatlJ.

Sluiten