Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bloemen groen, in kluwens, die tot aren vereenigd zijn, in de bladoksels en aan den stengeltop Bladen langgesteeld 52

52 Bladen eirond of lepelvormig, aan den top afgestompt of ingesneden

(fig. 492) AlbérsiaBlitum 303.

Bladen ruitvormig, in de jeugd geheel als bestoven (fig. 471).

Chenopódium Vul varia 29!.

53 Meest donkergroen. Bladen aan den voet met 2-spletige scheeden,

meest lancetvormig. Bloemen 3-5 bijeen in de bladoksels, groenachtig

of purper (fig. 450) I'olygónum aviculare W6.

Blauwgroen. Bladen met vliezige steunbladen, lijn-langwerpig, van voren breeder. Kelkslippen witvliezig-gerand. Bloem wit. Reuk eigenaardig

(fig. 494) Corrigfola 30*.

Licht- of geelgroen (fig. 495) Herniaria 30tt.

54 Bladen stomp ^

Bladen spits

55 Bloempjes sneeuwwit, in kluwens in de bladoksels (fig. 497).

Illécebrum 309.

Bloempjes groen, rood of geel, alleenstaand of 2 tot 3 bijeen . . 50 50 Kelk 12-tandig, klokvormig, de tanden afwisselend korter. Bloemkroon

rood, 0-bladig, soms ontbrekend (fig. 923) Péplis

Kelk 2-spletig, de zoom later afvallend. Bloemkroon geel (fig. 550).

Portulaca JJO.

Kelk 5-spletig, klokvormig, rood. Bloemkroon ontbrekend (fig. 1101).

G1 a u x St4.

Kelk i-5-spletig, buisvormig. Bloemkroon rood Frankénia <iOS.

57 Bladen weinig of niet gesteeld, langwerpig of elliptisch. Bloemen in

kluwens, groenachtig (fig. 495) Herniaria 3«».

Bladen in den langeren of korteren bladsteel versmald, elliptisch, iets vleezig, glanzig. Bloemen alleenstaand in de bladoksels, groen (fig. 913).

1 s n a r d i a

Bladen zittend, eirond of langwerpig. Bloemen gaffelstandig. wit (fig. 708).

R ad f o1a 4iS.

Bladen zittend, eirond. Bloemen 3-tallig, kortgesteeld of zittend (fig. 870).

Tillaea 4SS.

58 Bloemen ontbrekend. Bladen 0,05-0,10 lang, aan den voetmetbolro.'.de

sporevruchten. Stengel draadvormig, kruipend (fig. 37).

Pilularia tt4.

Bloemen aanwezig _

59 Bloemen eenslachtig. Mannelijke bloemen langgesteeld met 4 ver uit

de bloem stekende meeldraden. de vrouwelijke 2 bijeen, aan den voet der mannelijke bloem zittend (fig. 1289). . . • Li t tor él la ««?.

Sluiten