Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TABEL tot bepaling- der houtgewassen naar de bladen.

1 Bladen naald- of schubvormig (klein of zeer klein) 5

Bladen breeder, grooter 2

2 Bladen enkelvoudig, ongedeeld 3

Bladen ingesneden of samengesteld 4

3 Bladen tegenoverstaand 15

Bladen verspreid 26

4 Bladen gelobd, gespleten of gedeeld 60

Bladen gevind of handvormig samengesteld 70

5 Heesters met des zomers groene bladen 6

Altijd-groene, liggende of rechtopstaande, kleine heesters .... 7 Altijd-groene, grootere heesters of boomen 9

6 Gedoomde heester. Bladen lijn-priemvormig, stijf, stekend. Stengel

behaard Ulex 3S«.

Niet-stekelige heester of boom. Bladen zaclit,in bundels (aan de jonge takken alleenstaand!.

Larix 1X4.

7 Liggende heesters. Bladen verspreid, bijna in kransen, lijnvormig-lang-

werpig, beneden wit-gekield, hol, kaal. . . . E'mpetrum 443. Rechtopstaande of opstijgende heesters 8

8 Bladen in 4 rijen, dakpansgewijze opeengedrongen, lijn-lancetvormig,

met pijlvormigen voet, zeer klein Callüna 363.

Bladen in kransen van 3 of 4, lijnvormig-langwerpig tot lijnvormig, kaal of stijf-behaard E'rica SH3.

9 Bladen schubvormig of elkaar dakpansgewijze bedekkend of kort-afstaand,

nauwelijks 0,01 lang 10

Bladen naaldvormig, langer "

10 Takken platgedrukt. De aan beide ztyden staande bladen aan de rugzijde met een verhevenheid of een groef in de lengte Thüjal#f.

Takken niet platgedrukt. Bladen aan de rugzijde meest met een ingedrukte klier van tweeërlei vorm, aan eenige takken smaller, toegespitst, afstaand, aan andere

aanliggend, breeder

Sluiten