Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Thüja Trn. Levensboom, xxi.

1 Takken loodrecht vertakt (fig. 44a). Bladen alle op den rug met een lengtegroef. Kegel bol-eirond of eirond (fig. 446). Kegelschubben 6-8, blauwachtig berijpt, onder den top met een rugwaarts gekromd aanhangsel. Zaden ongevleugeld. 3,00-5,00. Ij. April, Mei. Vaak aangeplant. Uit China (Bióta orientalis Endl.)

Oosterse he levensboom, -j- T. orientalis L.

laKKen norizoniaai veriajtu r>iauen aan ue Kauten uer uiKKeii geKieiu, die op de vlakten der takken op den rug met een klierachtige verhevenheid. Kegel langwerpig, kleiner. Kegelschubben 10-12, by rijpheid bijna lederachtig (bruingeel», zonder aanhangsel, de onderste aan den top afstaand. Zaden rondom gevleugeld. 5,00-15,00. b. April, Mei. Aangeplant. Uit N.-Amerika.

W estersche levensboom. "1" T. occidentalls L.

li. Chamaecy'paris Spach. xxi.

1 Bladen ei lancetvormig, met gekielden rug, do zijdelingsche bootvormig, scheef toegespitst, glanzend lichtgroen, het onderste witachtig. Kegels alleenstaand, ei-bolrond, uit 8-10 bijna cirkelronde, aan do randen gekartelde, in liet midden kort gespitste schubben bestaand. Zaden met gele harsgangen. 10,00-15,00. Ij. Sierboom uit Japan.

Levensboom cy pres. •{* C. plsilera Sieli. et Zucc.

7. Cupréssus Trn. xxi.

1 Bladen dicht opeen, grasgroen, ovaal, in de .jeugd lancetvormig, scherp toegespitst, glanzend donkergroen, aan den rand met witte puntjes. Kegels zoo groot als een erwt, alleenstaand, kort gesteeld. met meest ♦5 stomp gespitste, 4-5-rijige, meest .'i-zadige schubben. 10,OO-50,00. Ij. Sierboom uit Californiö. . . . Cypres. *j* C. Lawsoniana Jlurr.

8. Sciadopftys Sieb. et Zucc. xxi.

1 Bladen lijnvormig, gaafrandig, in schynkransen van 30-40, aan de einden der takken schermvormig uitstaand. Kegels ei rolrond, stomp, grijs-bruin. Schubben 6-8-zadig. 10,00-50,00. Ij. Sierboom uit Japan -j- S. vertleillata Sieb. et Zucc.

9. Pinus Trn, Den. Pijn. xxr.

Binden aan korte zijtakjes, 2, 3 of 5 bijeenstaand, aan den voet door een gemeenschappelijke scheede omsloten of (na het verdwenen der scheede) op een knobbel staand, 2—5 jaren blijvend. Kegels in het tweede jaar rijp wordend. Kegelschubben aan den top verdikt. Zaden met afvallenden vleugel 1

1 Binden 2 aan 2 (soms 3 aan 3) bij elkaar (fig. 45). Vruchtschubben

met duidelijk ontwikkeld, meest ruitvormig schild .... 3 Bladen 6 (4-6) by elkaar (fig. 46«) 2

2 Kegels hangend. Bladen 0,08-0,1 lang, zacht, driekantig, blauwgroen, zilverwit ge¬

streept. Kegels gesteeld, lang rolrond, meest krom itig. 40M. Top der schubben iets verdikt, afgerond. Zaden gevleugeld. Schors grijs, lang glad blijvend. 15,00-20,00. b. Mei. Als sierboom in parken. Uit Noord-Amerika.

Weymouthden. j- I'. Strólms L. Kegels rechtopstaand. Bladen 0,05-0,08 lang, styf, scherprandig, driekantig, op der zijkanten dofwit, op de :ie glanzend groen. Kegels stomp-eirond, in onrtypen toestand violet ber(jpt. Schubben eirond, aan den top weinig verdikt of iets teruggeslagen. Zaden ongevleugeld. 10,00-20,00. b. Sierboom uit de Alpen.

Arve. f I*. Cémlira I,.

Sluiten