Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voet en onder de bloeiwijze bijna onbebladerd, in het raidden met eenigefrti-tallige kransen van langwerpig-spatelvormige, toegespitste, kortgesteelde bladen. Bovenste bladen verspreid, kleiner. Bloemen 8—10, in trossen. Bloemdekbladen langwerpig, vuil lichtpurper met donkerder vlekken. 0,60-1,20. 4- Juni, Juli. Sierplant, misschien ook verwilderd Turksche lelie. f L- Jlartagon L.

Bladen ^rondf to^'fang^vei-pig, 5-7-ribbig, de bovenste lijnvormig. Bloemen 1-15 bijeen, knikkend, welriekend. Bloemdekbladen golfsgewijs gerand, rose-wit, lood gevlekt en gepunt, van binnen met roode wratjes. 0,b0-l,30. %. Juh, Augs. Sierplant uit Japan Pracht lelie, f I" speoiosum Thun >g.

Bladen smal lancetvormig, 5-ribbig. met okselstandige knoppen. Stengel wo iig Bloemen talrijk, in trossen, overhangend, meniekleurig, van binnen zwart ge\lekt met bruine wratjes. 1,00-2,00. 4-. Juni-Augs. Sierplant uit China en_ Japan

'1'ü gergev 1 ek te lelie, "i" I'. tlgnnum Grol. nranle. hrninrood gevlekt,

IJIVCUIU'IY uiam-n vtwuj", o

van binnen aan den voet knobbelig ruw. Bloemen in schermen, rechtopstaand. Bladen Hjn-lancetvormig, de bovenste vaak met bolletjes in de oksels. 0,45-0,80. 4. Juni, Juli. In blijvende roggevelden (esschen) op enkele plaatsen in Groningen, Drente en Overijwel. Ook als sierplant.

O ra lij el el ie. L. bulbilerum 0. cróeeüm I.. Bloemdek van binnen glad, wit. Bloemen trosvormig, ten laatste knikkend. 0,60-1,20. 4. Juni, Juli. Veel voorkomende sierplant uit Z.-Europa.

Witte lelie, f Ij. candldnm I..

6. Ornithógalum L.

V o g e 1 m e 1 k. Morgenster.

Bolgewassen met wortelstandige lijnof ljjnlancetvormige bladeD en een enkele in een tros of scherm vormigentros eindigende blocmschaoht. 1 Bloemen in een scherm vorm igen tros (fig. 58). Onderste bloemstelen tijdens den vruchttijd horizontaal afstaand. Meeldraden lijnpriemvormig, zonder tanden. Bloemdek wit, met groene streep. Doosvrucht knotsvormia, met 6

rechte kanten. 0,10-0,25. *1-. Mei, Juni. Op grazige plaatsen, aan wegen, tusschen kreupelhout, op bouwland en langs slootkanten. Algemeen. Ook als sierplant.

Vogel melk. 0. umbellatum LBloemen in een langen tros. Meeldraden naast de helmknopjes met 2 tandjes, bloembladachtig (fig. 59). Vruchtbeginsel korter dan do stjjl. Bloemdekbladen van binnen wit, van buiten groenachtig. 0,20-0,40. 21-. April,

Fif. 58. Ornithógalum urr.bellatum

a bloem; l> twee bloemdekbladen en meeldraden, by c met stamper: d stijl, vergroot: e vruchtbeginsel in dwarsdoorsnede: f rjjpo doosvrucht; g zaad in doorsnede.

Fig. 59

Sluiten