Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijna schermvormige bloei wij ze (fig. 100). Wortelbladen lancet■unrini cr ( O 005-0 01 breed ï. Takken der bloeiwiize meest

3-bloemig, de bovenste tijdens den vruchttijd afstaand of teruggeslagen. Bloemdekbladen donkerbruin. Aanhangsels der zaden sikkelvormig, even lang als de zaden. 0,15n ar* 21. Manrt—Mei. Reseharhiwde boschcrond. Vrii

algemeen . . Ruige veldbies.

L. pilosa Willd.

Bloemen 2-5 bijeen aan de takken deisamengestelde bloeiwijze(fig. 101,102j. Zaden aan den top met een zeer klein

aanhangsel 2

Bloemen in eivormige of bolronde aren aan de takken der bloeiwijze (fig. 10-3). lïinnpnstn hlnemdekbladen even lane

als of iets langer dan de buitenste. 3 FiS- 102- Fig. 100. Fig. 101. 2 Bladen lijnvormig, met behaarden rand. Bloeiwjjze korter dan de

ofVinlKla^pn fficf. 101 V

\"P- /

Helmdraden veel korter dan de helmknopjes, deze bijna zittend. Bloemen meestal in bundels van 4. Bloemdekbladen witachtig, zelden roodachtig of koperkleurig. 0,30-0,60. 2J-. Mei, Juni. Bosschen. Zeldzaam. (L. angustifolia Grke.). Witte veldbies.

L.' albida D. C Bladen breed lijn-lancetvormig, met behaarden rand (tot 0,015 breed). Bloeiwijze langer dan de schutbladen (fig. 102). Meest 2 of 3 bloemen bijeen. Bloemdekbladen lancetvormig, omstreeks even lang als de doosvrucht, licht-

of donkerbruin. 0,30-0,80. Fig. 103. Luzula campestris. Fig. 104.

2)-. Mei—Juli. Bosschen. nopen bloem; b vruchtbeginsel met

7t>]Hyaam CL silvatica «Uil; c vruchtdragende tak; tionrUpe, ^eiazaam. U->. snv.iuoa e openfe,esprcmgen r(jpe vrucht.

Gaud.)

Groote veldbies. L. maxima 0. C. 3 Aren 2-5, de zijdelingsche ten laatste knikkend (fig. 103). Helm-

Sluiten