Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bladen vlak, met lange bladscheeden, meestal sterk behaard (fig. 194). Schutbladen lang, de onderste meestal met lange scheede. Vrouwelijke aartjes 2—4, in lengte verschillend, de onderste gesteeld, het bovenste zittend. Mannelijke aartjes 1 —4. Urntjes 0,0060,007 lang, platbol, sterk behaard, toegespitst, eirond. Plant met wortelstok, grasgroen. 0,15-1,00. 2).. Mei, Juni. Vochtige, zandige plaatsen en aan waterkanten. Algemeen.

Ruige zegge. C. hirta L.

Gelijkt wel op C. vesicaria, doch is door de behaarde urntjes gemakkelijk te onderscheiden.

Fig. 19-"». Fig. 196. Cyperus fuscus. Fig. 197. Schoenus nigricans.

a doorsnede van den stengel: b aar: a stuk van den stengel met bladc bloem: d vrucht. scheede: b bloeiwjjze: c aartje;

d vruchthoofdje: e vrucht.

2. Cyperus Tra, Cypergras. iii.

Stengel stomp driekant (fig. 195). Bloei wijze uit een klein aantal aartjes bestaand. Kafblaadjes geelachtig, met een groene streep op den rug. Meeldraden meest 3. Stempels 2. Vruchten samengedrukt, rond-omgekeerd-eirond. 0,03-0,15. O- Juli, Augs. Vochtige, nu en dan overstroomende zandgrond. Zeldzaam.

Oeel cypergras. C. flavéscens L. 'tengel scherp-driekant (fig. 196). Bloeiwijze meest veelvoudig

12*

Sluiten