Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waterkanten en op moerassige gronden. Algemeen Z e e b i e s. S. maritimus L

Stengel stomp-driekant. Bloeiwijze veelvoudig samengesteld (fig. 209a). Aartjes klein (0,003-0,006 lang), grijs- of groenachtig (fig. 209b). Kaf blaadjes stomp, niet ingesneden, met kleine stekolpunt. Aartjes meest 3-6 bijeen, eirond, zittend, slechts enkele gesteeld. 0,30-0,80. 4- Juni, Juli. Op vochtigen , moerassigen grasgrond in boschrijke steken. Algemeen . Boschbies. S. silvaticus L.

Stengel beneden rond, boven stomp driekant, met 2 gewelfde en een vlakken kant, soms ook stomp-tweekantig. Kafjes glad. Stempels 2 of ;i. Vruchtjes meest 3-kant, vaak niet ontwikkeld. Veel op S. lacustris gelijkend, doch lager. Juni, Juli. Aan rivieroevers. Dordrecht, Willemsdorp. Een bastaard van S. lacustris en S. triqueter Duval's bies. S. Dnviilii Hoppe.

9 Aartjes veelbloemig, meestal 2-5 opeengehoopt tot een enkelvoudige

of pluimvormig vertakte bloeiwijze. Stempels 3 10

Aartjes armbloemig, een 2-rijige aar vormend. Stempels 2. Planten grijsgroen, kruipend 11

10 Stengel scherp-driekant. Bladen smal-lijnvormig.

Bloeiwijze enkelvoudig, hootdjesachtig of enkelvoudig samengesteld , korter dan de schutbladen (fig. 208a). Aartjes groot (0,0080,015 lang), roestbruin (fig. 2086). Kaf blaadjes iets ingesneden, in do insnijding met een stekelpunt. 0,30-0,80. 2j.. Juli, Augs. Aan waterkanten en op moerassige gron-

11 Stengel rondachtig, samengedrukt, van boven driekant. Bladen gekield. Aartjes 6-8-bloemig (fig. 210). Bloemborstels aan de rugzijde ruw. 0,15-0,30. 2J.. Juni, Juli. Moerassige weilanden en duinpannen. Vrij zeldzaam. (Blysmus compressus Panz.)

Vlakke bies. c. compressus Pers.

Stengel rolrond. Bladen ongekield, gegroefd. Aartjes 2-5-bloemig (fig. 211). Bloemborstels ontbrekend, soms eenige. 0,08 0,30. 2).. Mei, Juni. Zilte grasgrond. Zeldzaam. (BI. rufus

tt., j „ \ l) j .. u : c o „i i

nuus.j . ivuuuü uica. o. ruius ouiiictu. Fig. 210. Fig. 211.

7. Heleócharis R. Br. Waterbies, m.

Vele onbebladerde, vruchtbare of onvruchtbare h:ilmen, aan den voet door buisvormige scheeden omsloten, ontspringen in bundels uit den vezeligeu wortel of den wortelstok en vormen zoden.

1 Stempels 3. Aartjes eirond 2

Stempels 2. Wortelstok kruipend. Aartjes spits. Vrucht met afgeronden rand 3

Sluiten