Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze plant is meest door hare lichtere, meer bruinachtige kleur, alsook door de kortere haren van C. lanceolata, die vaak op dezelfde standplaatsen groeit,

te onderscheiden.

2 Kelkkafjes lijn-priemvormig, aan den top zijdelings

samengedrukt 3

Kelkkafjes lancetvormig, toegespitst .... 4

3 Min of meer grijsgroen (fig. 248a). Stengel en schee¬

den vooral naar boven ruw. Bladen breeder dan bij de volgende. Pluim stjjf-rechtopstaand, ook tijdens den bloeitijd kluwenvormig gelobd. Takken er van vrij dik, stijf. Aartjes groen , min of meer violet of vuilpurper aangeloopen. Naald aan de rugzijde van het kroonkafje ingeplant (fig. 2486) en er boven uitstekend. Overigens als de volgende.

0,60-1,20. I}.- Jun'i Duinen, op vochtigen zandgrond, aan

waterkanten. Vrij algemeen . . Duinriet. C. Epigéios Rth.

Door de eigenaardige pluim, die uit kluwens van aartjes bestaat, licht kenbaar. Grasgroen. Stengel en scheeden iets ruw. Bladen breeder dan bi) C. lanceolata. Tongetje lang. Pluim grooter dan b(j C. lanceolata, slap, iets overhangend. tijdens den bloeitijd gelijkmatig uitgespreid met dunne takken Aartjes bleekviolet aangeloopen. Naald van het kroonkafje eindelings, omstreeks half zoo lang als dit ifig. 249). 0,90-1,20. H-. Juni, Juli. Zandige bodem. Breda, Katwijk, omstreken van Haarlem, Scheveningen.

Strand riet. C'. littoréa D. C.

4 Stengel en schecden beneden glad, boven iets ruw. Tongetje lang. Pluim langwerpig, slap, tijdens den bloeitijd gelijk-

t.. — maf i) nn nn ♦ A artiac T71 n 1 £»+ nf

matig uitgespreid, met dunne takken. Aartjes violet of Fig. 249. vuilpurper. Naald van het kroonkafje eindelings, nauwelijks boven de ziikanten uitstekend (fig. 250). 0,60-1,20. 2|. Juni, Juli. Water¬

kanten, vochtige belommerde grasgronden. Vrij algemeen.

Pluimriet. C. lanceolata Rth.

Naald aan de rugzijde boven den voet van het . kroonkafje ontspringend , daarboven uitstekend (fig. 251). Overigens als de vorige, waarop zij veel gelijkt. O.BO-l.OO. 5t- Juli. Augs. Aan den kant van het Haarlemmermeer bjj Bennebroek. oevers van het Zwarto Moer bij Nieuw-

Dordrecht, Den Haag, op een muur te Heem- fig. 050 Fig o.",!.

stede, ütenpas.

Voonriet. C. Halleriana D. C

21. Ammóphila Host. Helm.

Grassen met stijve bladen, een dichte, langwerpige, smalte aarpluim ,

die 0,10 0,17 lang is, en opgerolde bladen 1

1 Wortelstok zeer lang (tot 5,00 en meer), met uitloopers (fig. 252). Lichtgroen. Stengel stjjf-rechtopstaand. Bladen (bij droog weer) opgerold, met zeer lang (0,03) tot aan den voet gespleten tongetje. Schjjnaar dicht, bijna rolrond, stomp, wit. Kelkkaljes lancetvormig,

Sluiten