Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

getje der ODderste bladen afgeknot, dat der bovenste spits. Aar¬

tjes lichtbruin, roodachtig aangeloopen. 0,300,60. 2J.. Juni-Augs. Droge zand-en heidegrond. Algemeen. Buigzame smeele. A. flexuósa L. Bovenste bloem 2-maal zoo lang als haar steel, (fig. 260). Kelkkafjes vrijwel even lang. Bladen vlak of samengevouwen. Tongetje langwerpig, spits. Aartjes groenviolet, aan den top ged. 0,30-0,50. 2J.. Juli, Augs. Moerassige veengrond. Vrij zeldzaam. (A. uliginósa Whe.)

Moeras smeele. A. discolor Thuill.

20. Corynéphorus P. B.

Fig. 260.

Zodevormend (fig. 261). Grijsgroen. Bladen borstelvormig opge-

Fig. 261. Corynéphorus canescens.

n voor den bloeityd: b daarna: c aartje: d kroonkafjes; e kafnaald; / meeldraden en stamper.

ir&

Fig. £62. Holcus lanatus.

a bloeiend aartje, bn 6 de kelkkafjes verwijderd; c meeldraden en stamper.

rold. Pluim voor en na den bloeitijd aarvormig samengetrokken, zilvergrjjs, vaak roodachtig aangeloopi-n. Helmknopjes donkerbruin. 0,15-0,30. 2J.. Juni-Augs. Dorre zand- en heigrond,

Heukels, Oei//. Flora, 4de druk. 14

Sluiten