Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vruchtomwindsel buisvormig, naar boven vernauwd, langer, meest dubbel zoo lang als de vrucht (fig. 391). Helmknopjes meest rood. Vrucht langwerpig. Ove-

nfrons nlw Ho vnricro c/inrf owi.flftn i. tt;<

Febr. — April. Soms gekweekt in tuinen, ook de bruine var.: dc zwarte hazelaar.

Lammertjesnoot. f C. tutinlósn Willd.

Vruchtomwindsel de vrucht alleen beneden omsluitend, tot beneden toe in smalle slippen gedeeld. Vrucht kort, bolrond iot overdwars breeder. Meest boomachtig, met gescheurde schors. 3,00-4,00. I/. Febr., Maart Uit Z.O.-Europa.

Kretische noot. f C. Coliirna L.

4. CarDinus Trn

Eenhuizige boomen of heesters met gesteelde bladen. Mannelijke katjes rolrond, hangend , zich vóór de bladen reeds ontwikkelend, vrouwelijke katjes te gelijk met de bladen verschijnend en in hangende katjes veranderend t \

big. diJU. corylus Avellana. Fig. 392. Carpinus Betulus.

a schubbetje en meeldraden van het Aan den tak beneden een mannelijk mannelijke katje://meeldraad: cvrou- katje, links een schub er van met welyke bloem, overlangs doorgesneden: meeldraden, daarboven twee helm« vrucht met omwindsel; by e zon- knopjes. Topkatje vrouwelijk, daaronder dat. der 2 vrouwelijke bloemen en een afzonderlek. Links boven de vleugelvrucht.

Diaden langiverpig-eirond, toegespitst, aan den voet scheef, dubbelgezuagd, bijna kaal (fig. 392). De vruchten vormen dichte, hangende bundels. Schors aschgrauw, glad. 6,00-18,00. K April, Mei. In bosschen en in heggen, ook als heester aangeplant. Vrjj algemeen Haagbeu k. C. Bétutus L.

Sluiten