Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3 Vruchtbeginsel gesteeld, de steel 1-S-niaal zoolang als de klier. Stijl zeer kort . . 4 Vruchtbeginsel zittend. Meeldraden tot het midden vergroeid. St(1l meest even lang

als de stempels. Bladen lancetvormig, verwijderd flauw getand, van onderen fijn kort behaard, later van boven kaal, donkergroen, dof. Vruchtbeginsel met eironden voet, kegelvormig, viltig. Stempels lijnvormig-langwerpig, afstaand. Takken kaal. 1,50-4,00. |j. April. Tusschen Heumen en Overasselt. (S. rubra Huds.)

S. viminalis X purpnrea

4 Bladen in het voorste derde deel duidelijk verbreed. Jonge takken fluweelachtig viltig

Bladen omgokeerd-eirond-lancetvormig, boven het midden dicht geiaagd , eerst zacht harig viltig, van boven meest kaal, donkergroen, dof, van onderen kaal, blauw groen. Vruchtbeginsel kegelvormig, viltig, de steel even lang als de honigklier St(jl vrij lang of kort. 1,00-3,00. b. Maart, April. (S. P^ntederana Koch). Box

meer, Overasselt, Malden S, cinerea X purpnren.

Jonge takkon kaal, roodbruin. Bladen langwerpig- oflancetvorinig-omgekeerd-eirond, van voren meost klein gezaagd, van boven dofgroen, eerst zaclit behaard. Katjes kort. rolrond, klein. Vruchtbeginsel viltig, de steel dubbel zoo lang als do klier. Stijl meest ontbrekend. 1,00-1,50. Ij. April. Groningen!?). (S. Kochiana Hartig).

S. uurita X purpnrea.

5 Vruchtbeginsel kortgesteeld, de steel 1-2-, zelden 3-maal zoo lang

als de klier

Vruchtbeginsel langgesteeld, de steel 3-5-maal zoo lang als de klier. 8

6 Bladen langwerpig-lancetvormig tot lancetvormig, toegespitst . 7 Bladen lijn- of lijn-lancetvormig, zeer langen spits (vele malen meer

lang dan breed, gaafrandig, vaak met omgerolden rand). Steunbladen zeer groot, ei-lancetvormig, van onderen grijsviltig. Katjes sterk behaard. 1,00-3,00. 1j. Maart, April. Misschien bastaard van S. viminalis en smalbladige vormen van S. caprea of S. cinerea. Bij ons bijna alleen vrouwelijke exemplaren. Aan waterkanten en in laaggelegen bosschen. Vrij zeldzaam. (S. longifólia Host., S. dasyclados Wimm.). Langbladige wilg. S. stipularis Sm.

n 1? * x • • A-l.l J _ i .... n

r XJUU- OU licHHYUU IU uc nuup[Jüll IIU-

weelachtig grijsviltig. Bladen langwerpiglancetvormig, toegespitst, eerst zijdeachtig

oeoaara mei iets omgeroiaen rana, ten slotte van boven vuilgroen, iets kort behaard, van onderen grijsgroen, viltig. Steunbladen nier-halfhartvormig. 1,50-3,00. ft. Maart, April. Zeldzaam. (S. acutninata Sm.)

S. viminalis x cinerea ?).

Eenjarige takken kort behaard, de tweejarige en de knoppen kaal. Bladen eirond tot langwerpig-lancetvormig, soms IUn*lancetvormig,

in liofr miHHnn hftf hpaorfah mot. ia+.a nmvarnl.

den rand, van boven ton slotto kaal, van onderen wit- of grijsviltig, meest iets glanzend (fig. 414). Tot 6,00. I). Maart, April. Utrecht, Zwake, Rotterdam

Oudenbosch. (S. Smithiana Willd) S Caprea X viminalis.

8 Rechtopstaande heesters of boomen. Vruchtbeginsel meest viltig. Bladen van onderen min of meer viltig 9

Kleine heester met liggenden stam en rechtopstaande takken. Bladen elliptisch of langwerpig-lancetvormig, naar voren iets brceder, kort toegespitst met meest omgebogen top, van boven met verdiepte zijnerven, zwak rimpelig, van onderen met verheven nerven, zijdeachtig viltig, ten plotte grijsgroen (fig. 415). Vruchtbeginsel

Bij ons bijna alleen vrouwelijke exemplaren. Aan waterkanten en

S. stipularis Sm.

Sluiten