Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 Binnenste bloemdekslippen langwerpig-driehoekig, aan den voet getand (fig. 439). Takken schuin opstaand. Bloeiwijzen boven onbebladerd. Onderste bladen bartvormig-eirond, stomp of spits, de middelste hartvormig-langwerpig, spits, de bovenste langwerpig-

lancetvormig. 0,60-1,20. 2J.. Juni—Augs. Up grazige plaatsen, onder kreupelhout, in bos-

ouurii,

Ridderzuring. R. obtusifólius L. Binnenste bloemdekslippen smal langwerpig, stomp, bijna of geheel gaafrandig, veel kleiner dan bij de vorige en volgende .... 5 5 Plant meest afstaand vertakt. Onderste bladen langwerpig, stomp of spits, aan den voet afgerond of hartvormig,

nnl/lnn omolr AT7ÖV1 rfn

liliuvu (i li u» gvuvi VA f v i

langwerpig-lancetvormig tot lancetvormig, de middelste met hartvormigen voet. Scbijntrossen afgebroken, bijna tot aan den top bebladerd (fig. 440a). Bloemdekslippen meest alle met knobbels

(hg. 44Vit). U,3U-U,9U. 4. Juni—Augs. Aan Kanten van slooten, grachten en op vochtige, zandige gronden Algemeen . . K1 uwenzuring. R. conglomeratus Murr.

Plant onvertakt of met rechtopstaande takken. Onderste bladen meest stomp, iets geoord. Scbijntrossen alleen nan den voet hfihlnderd. Een of 2 bloemdekslinnen

zonder knobbel (fig. 441). Overigens als de vorige. tlB-441" 0,60-0,90. IJ.. Juni—Augs. Op vochtige, beschaduwde plaatsen.

Bloed zuring. R. sanguineus L.

Vormen:

a. viridis Sm. Stengel, bladstelen en nerven groen. Vrij algemeen. ,3. genuinusKoch. Stengel, bladstelen en bladnerven bloedrood. Vrij zeldzaam.

R. abortivus R u li m er is een bastaard van R. conglomeratus en R. obtusifolius en waarschijnlijk by Steen wijk gevonden. Deze onderscheidt zich van R. obtusifolius door een minder hoogen stengel en meer afstaande takken, opeengedrongen schijn kransen, waarvan de onderste in de oksels van bladen staan en door kleinere, langwerpige, ten deele gaafrandige bloemdekslippen, van R. conglomeratus door de ton deele aan den voet van eenige tandjes voorziene bloemdekslippen.

R. obtusifólius X sanguineus is bij Rotterdam en misschien ook by Borne gevonden. Deze onderscheidt zich van R. obtusifolius door de byna gaafrandige o. kortgetande binnenste bloemdekslippen, van R. sanguineus door de groote bladen, de langer gestoelde bloemen en de groote, spits verlengde, binnenste bloemdekslippen. Knobbels 1-3, 2 vaak onduideiyk.

6 Binnenste slippen van het bloemdek alle, of althans 1 een knobbel dragend 7

Binnenste slippen van het bloemdek alle zonder knobbels of met zeer onduidelijke knobbels (fig. 446) 8

Pier. 439. Fit* 440.

<|«.1UVU <1 II UU gvvviu } «x V

langwerpig-lancetvormig tot lancetvormig, de middelste met hartvormigen voet. Scbijntrossen afgebroken, bijna tot aan den top bebladerd (fig. 440a). Bloemdekslippen meest alle met knobbels

Sluiten