Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spitse slippen, van onderen behaard, niet van boven onduideiyk gegroefde stelen, de bovenste met afgeknotten voet. Takken der lange smalle bloeiwyze rechtopstaand, tegen den stengel gedrukt. Bloemen witachtig. 2,00-2,60. %, Juni, Juli. Sierplant uit Thibet Russische rhabarber. f R. palmatnm L.

3. Polygonum L. Duizendknoop, vnr.

Tweeslachtige kruiden met bebladerden stengel en verspreide, gaafrandige bladen. Nootjes driekant 1

1 Stempels niet scbildvormig of gevvimperd 3

Stempels schild vorm ig of gewimperd. Hooge (gewoonlijk meer dan 1,50 hoogc) sierplanten met bloemen in trossen of pluimen 2

2 Stengels krachtig, aan den top overhangend, evenals do bladstelen roodachtig aan-

geloopen. Bladen gesteeld, breed-eirond of eirond langwerpig met afgeknotten of kortpljlvormigen voet. Bloemtrossen okselstandig, losbloemig, in bundels of tot pluimen vereenigd, zelden alleenstaand. Schutbladen stomp. Bloemen wit of roodachtig wit. 1,00 8,00. Augs., Septr. Sierplant uit Japan. Eembrug by Amersfoort, Monster, Rotterdam, Bussum—Hilversum verwilderd.

+ P. cospldatum Sieb. et Zucc.

Stengels zeer dik. Bladen broeder en langer dan bij de vorige (tot 0,2 lang}, kortgesteeld, eirond of eirond-langwerpig met byna hartvormigen voet, van onderen meest blauwgroen. Bloemtrossen samengesteld, eind- en okselstandig, veel korter dan het blad. Schutbladen lang, toegespitst. Bloomen witachtig. 2,00-4,50. 2J.. Septr., Octr. Sierplant van het eiland Sacnalin, ook verwilderd (Den Haag».

ook verwilderd (Den Haag). + F. sachalinénse F. Schmldt.

3 Bladen eirond, lancetvormig

of lijnvormig ... 4 Bladen driehoekig, hart- of pijlvormig. Meeldraden 8. Stengel (rechts) windend. Bloemen in bundels in de bladoksels, tros- of pluimvormig 13

4 Bloemen in aren ... 5 Bloemen alleenstaand of 2-5

bijeen in de bladokeels,

groen OI purperrood en Hg. 4oU. rolygonum aviculare.

met witten rand, de bo- « bloem van achteren, in 6 van voren gezien;

. . .. c vruchtbeginsel: d vruchtomhulsel: e vrucht.

venste soms tot schijnaren

vereenigd (fig. 450). Meeldraden 8. Stijlen 3, kort. Bladen elliptisch tot lijn-lancetvormig. Scheeden 2-spletig. Stengel meest liggend, tot aan den top bebladerd. Vruchten rimpelig gestreept, bjjna dof. 0,15-0,45. 0. Juni—Herfst. Langs wegen, op bebouwden grond. Zeer algemeen. Bargegras. Mottegras. Weggras. Kretipelgras Varkensgras. P. aviculare L.

P. Bellardii A 11. onderscheidt zich van P. aviculare, doordat de vruchten ftyner gerimpeld en iets glanzig zijn en doordat de aren lang zijn met uiteenstaande kransen, zy schijnen onbebladerd. Deze is by Rotterdam en Amsterdam als aangevoerd, waargenomen.

5 Stengel niet vertakt, een enkele schijnaar dragend. Bladen la&gwerpig-eirond tot eirond-lancetvormig, met iets gegolfden rand

Hg. 4oU. roiygonum avicuiare.

n bloem van achteren, in b van voren gezien c vruchtbeginsel: d vruchtomhulsel: e vrucht

Sluiten