Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bladen lijnvormig, halfrolrond, de bovenste spits. Bloemen meest drie bij elkander in de bladoksels. Zaden glanzig, met fijne puntjes. 0,07-0,30. ©. Juli—Scptr. Op zeeklei. Algemeen. (Chenopódina maritima Moq. Tand., Schoberia maritima C. A. M.)

Kleine zoutbloem. S. maritima Dum.

Houtige plant. Bladen stomp en klein. Zaden glad, glanzig. 0,50-1,00, li. Mei—Octr. Walcheren. Texel, Zwijndrecht. (Schobéria fruticósa C. A. M.).

Groote zoutbloem. S. fruticósa Kor.sk.

2. Salsóla L. v.

1 Plant grijsgroen (fig. 463). Stengel vertakt. Bladen zittend, lijnpriemvormig met stekelpunt. Bloemen alleenstaand in de bladoksels, zittend. Bloemdek tijdens den vruchttijd van onderen

perk'Rtnentacntig, van boven dunvliezig. 0,25-0,45. Q- Juli—Septr. In de duinen, aan het zeestrand. Vrij algemeen. De variëteit tenuifólia met lange,draadvormige bladen, op zandvlakten aangevoerd.

Russische distel. Loogkruid.

S. Kali L.

3. Salicórnia Trn.

Zeekraal, li.

1 Stengel meest vertakt, rechtopstaand, zelden uitgespreid of opstjjgend, vleezig (fig. 464). Stengelleden naar boven verdikt. Aren 3-bloemig. Middelste bloemen hooger staand dan de zijdelingsche (de 3 bloemen daardoor een driehoek vormend). 0,05-0,45. Q. Augs., Septr. Op zeeklei. Algemeen. Krabbekwaad, Ilanepoot. Krabbestruik.

Zeekraal, s. herbacea L. bloemen; c de 2 meeldraden mei liet Vormen: vruchtbeginsel; d, t vruchten.

a. patulaDuvalJoure. Stengel meest rood, rechtop-, takken rechtuitstaand , eerst bij vruchtrjjpheid neergebogen. Aren kort. Driehoeken omstreeks gelijkbeenig-rechthoekig. Zaden lang behaard, kleiner dan bij de volgende. Deze vorm komt het meest voor.

Fig. 404. Salicórnia herbacea.

IlIrtaillHnlf aclllltiluin • /. hrnu laHnn >vint

Sluiten