Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XLI. Fam. Calycanthaceeën. xn.

Heesters of hoornen. Kelk- en kroonbladen in onbepaald aantal. langzaam in elkaar en in de meeldraden overgaand. Vele vruchtbeginsels in de verdiepte kelkbuis liggend.

1 Meeldraden talrijk. alleen de bui¬

tenste (omstreeks 12) met helmknopjes. Bladen tegenoverstaand, ongedeeld.

Calycanthus 334.

1. Calycanthus L.

1 Bloemen zeer kortgesteeld, donkerbruin, evenals de geheele plant aromatisch riekend (fig. 501). Bladen kortgesteeld, eirond tot langwerpig, gaafrandig, van onderon bleekgroen, meest viltig. 1,00-2,00 b. Juni, Juli. Sierstruik

uit N.-Amerika. Fig. 561. Calycanthus floridus.

Specerystruik. f C. floridns L. „ door8nede der b!oenl.

XI.II. Fam. Ranunculaceeën. Ranonkelachtigen. xiii.

Kelk 3-veel-, meest 5-bladig, soms gekleurd, regelmatig of symmetrisch. Bloemkroon 3- of meerbladig, raak met honigschub/es aan den voet, soms door honitjhakjes vertegenwoordigd of ontbrekend. Meeldraden meest veel, op den bloembodem ingeplant. Ilelmknopven met overlangsche spleten openspringend. Stampers vele, enkelvoudig, zelden weinige of 1. Vruchten dop- of kokervruchten.

1 Bladen tegenoverstaand (fig. 563). Kelk 4- of 5-bladig, afvallend.

Bloemkroon ontbrekend. Bladen enkel- of dubbel-gevind of ongedeeld Clématis 33«.

Bladen wortel- of schijnbaar kransstandig 2

Bladen verspreid 6

2 Bloemen blauw, violet, wit of geel (zijn de bloemen blauw, dan is

onder de bloem een omwindsel van gedeelde schutbladen) . . 3 Bloemen blauw, zeldzamer rose of wit (fig.5t>6>. Dicht onder den <>-9-bladigen kelk (kelk blauw, bloemkroon ontbrekend!) een 3-bladig, schijnbaar den kelk voorstellend omwindsel. Omwindsel ongedeeld Hepatica 339.

3 Bloemkroon ontbrekend (fig. 568). Kelk 5- of 6-bladig. Stengel

onder de bloera met 3 kransstandige, gedeelde schutbladen.

A n e ra ó n e 339.

Kelk en bloemkroon aanwezig. Bladen wortelstandig. Stengel onbebladerd 4

4 Bladen ongedeeld, lijnvormig (fig. 573). Meeldraden meest 5. Kelk

en bloemkroon 5-bladig. Bloembodem later cylindrisch verlengd.

Myosüms 341.

Sluiten