Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stengel rond, gestreept, van boven zonder bladen (fig. 832). Blaadjes der wortelbladen zittend, rondachtig, die der stengelbladen vindeelig, met lancet- of lijnvormige slippen. Stjjl tijdens den bloeitijd korter dan bet vruchtbeginsel. Bloemkroon wit. 0,30-0,60. 2J.. Juli — Septr. In weilanden en op open zandgronden. Vrij algemeen.

Kleine pimpernel. P. Saxifraga L.

Plant krachtiger, van boven kort grijs-behaard. De wortelstok op de doorsnede meest spoedig blauw wordend. Misschien inlandsch, de variëteit, ft niirra Willd.

Fig. 833. Berula angustifolia. Hg. H34. Sium latifolium.

a'bloem: b onrijpe vrucht. a bloem; l> kelk en stamper

13. Bérula Koch.

1 Bladen gevind, de onderste met eironde, de bovenste met langwerpige, gezaagde blaadjes (fig. 833). Schermen kortgesteeld. Bloemkroon wit. 0,30-0,60. 24.. Juli—Septr. In of langs slooten en vijvers en in moerassen. Algemeen. Kleine watereppe. B. angustifolia Koch.

J4. Sium Trn.

1 Bladen gevind (fig. 834). Blaadjes scheef-lancetvoi mig, scherp-

Sluiten