Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Septr., Octr. Meest op bouwland, op klei- en zavelgrond. Vrij

algemeen Eiberbek. Ooievaarsbek. Kranebek.

Naaldekervel. S. Pécten Véneris L.

36. Anthriscus Hoffm. Kervel.

Kruiden met rechtopstaanden, vertakten stengel, 2-3-voudig-gevinde bladen, zonder omwindsel, met veelbladige omwindseltjes en witte

bloemen 1

Schermen 3-7-stralig, ten deele gesteeld, ten deele zittend . . 2 Schermen 10-15-stralig, alle gesteeld (fig. 864). Bladen afnemend

2-3-voudig-gevina, ae & onaerste hoofddeelen veel kleiner dan het overige van het blad. Bloemen bijna even groot, meest vruchtbaar. Stjjlen bijna dubbel zoo lang als het stijlkussen. Bloemkroon wit. 0,60-1,50. Ij.. Mei, Juni. Op vochtige, grazige, beschaduwde plaatsen. Algemeen.

Wilde kervel. Pijpkruid. Toeters. A. silvéstris Hoffm.

Schermstralen kaal. Vrucht eirond,

dicht met gekromde borstels bezet, omstreeks 3maal zoo lang als de snavel (fig. 865). Stjjlen bjjna ontbrekend. Scherm 3-7-

Kig. 8«r,. gtralig. Stenge Bloemkroon wit. 0,15-0,90. Q©. Mei, Juni. Op open zandgrond, langs wegen en stadswallen, vooral in de duinstreken. Vrij a^" gemeen.

rijne Kervel, j.. rl

A vulgaris Pers.

Schermstralen fijn-behaard. Vrucht lijnvormig, kaal, glad, dubbel zoo lang als de snavel (fig. 866). Scherm 3 5-stralig. Stengel boven de knoopen kortbehaard. Bloemkroon wit. 0,30 0,60. QQ. Mei, Juni. Gekweekt en op akkers en bij moestuinen. \ rij zeldzaam Kervel. A. Corofólium Hoffm.

30*

Sluiten