Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geslagen. Bloemkroon wit. Vruchten glanzig bruin. Plant sterk riekend, 0,00-1,20. 2).. Mei, Juni. Gekweekt en verwilderd (op verschillende plaatsen in Gelderland, Maartensdijk, Werkendam, Denekamp;.

Hoomstlie kervel. + JI. odorata Seop.

39. Cónium L.

1 Stengel kaal, aan den voet vaak bruinrood-gevlekt (fig. 870). Onderste bladen 3-voudig-gevind , glanzig, met ronde, holle bladstelen, diepvinspletige blaadjes en gezaagde slippen. Omwindseltjes 3-5-bladig, teruggeslagen, naar één zijde gekeerd. Bloemkroon wit. 0,60-1,80. OO* Juni—Herfst. Aan dijken, wegen, langs weilanden, onder heggen en op kerkhoven. Vrij algemeen. Zeer vergiftig! Scheerlink. Dollekervel. Gevlekte scheerling. C maculatum L.

Fig. 87ö. Conium maculatum. Fig. 871. Coriandrum sativum.

a bloemscliermpje: b bloem: c vrucht, « bloemschermp.ie; li straalbloem, bij ede b(| d in doorsnede. kelk en de stamper van deze; c binnenste

bloem, b(j /'kelk en stamper van deze; tl kroonblad: g vrucht; li een half vruchtje. 40. Smy'rnium Trn. M y r r h e k e r v e 1.

1 Stengel ongevleugeld, dichtbebladerd, gestreept. Omwindsel bijna ontbrekend. Omwindseltjes zeer kort. Bloemkroon geelachtig. 0,t)0-l,00. 4. Mei, Juni. Haastrecht.

Kleine myrrhekervel. S. rolundll'oliiim It. C.

41. Coriandrum Trn.

1 Onderste bladen gevind, met vinspletige blaadjes en eironde slippen, de bovenste dubbelgevind met ongedeelde of vinspletige blaadjes «n lijnvormige slippen ifig. «711. Bloem-

Sluiten