Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kersrood en glanzig ifig. 8746). Bloemkroon citroengeel. 3,00-6,00. b. April. Ge. kweekt en verwilderd Gele kornoelje. •{* C. mas L.

2 Bladen aan weerszijden groen, kort-behaard, eirond, toegespitst, craafrandig (fig- 875). Takken in herfst en winter bloedrood. Vrucht bolrond, "zwart. 0,90-1,80. 1j. Mei, Juni, soms in den Herfst weer. In bosschen en heggen. Vrij algemeen. Ook in parken aangeplant Koode kornoelje. C. sanguinofl L-

Bladen van onderen grasgroen, eirond tot elliptisch, toegespitst. Takken afstaand, in herfst en winter bloedrood. Vrucht wit , bolvormig. 1.50-3,00. b. Juni, Juli. In parken, niet zeldzaam. Uit Noord-Amerika. (C. al ba Wangenh.)

Witte kornoelje. fC. stolonifera Mchx.

Bladen van onderen wit, breed-elliptischi, b«na kaal. TakkengciH'elofbunarechtopstaand, in herfst en winter levendig rood. Vrucht wit of blauwachtig-wit. 2,00-8,00. Ij. April, Mei. Sierstruik uit Sibern" f C. sibirica Lodü.

2. Aucüba Thnbg.

1 Bladen langwerpig, toegespitst, groen, meest geel gelekt .vaak slechts naar het midden toe verwijderd gezaagd. Bessen koraalrood. Altijdgroen. MO---'1 . ). Mei-Augs. Sierstruik uit Japan 7 A. japonica Tnnbj..

LXXIX. Fam. Crassulaceeën. Vetplanten.

Bladen vleezig. Kelk meest ö-f3-20-J deelif/. Bloemkroon 3-20-bladig, soms

-deelig. Meeldraden 3-20, op den kelk ingeplant. Stampers 3-20. Vruchten kokervruchten.

1 Meeldraden en kroonbladen 3-4 (fig.

876). Kelk 3-4-deelig. Vruchtbeginsels 3-4. Bladen tegenoverstaand . . . . Tillaéa 4tt. Meeldraden 5-20 2

2 Kelk 5(-6)-deelig (fig. 882). Kroon¬

bladen 5(-6), vrij. Meeldraden 5, 10, zeldzaam 12. Vruchtbeginsels 5. Bladen meest verspreid.

Sé du m 4t3.

Kelk ö-20-deelig ifig. Stöi. Kroonbladen 6-20, aan den voet met elkaar en mei de 12-40 meeldraden vergroeid. Vruchtbeginsels tt-2». Bladen meest in rosetten.

Sempervivum 473

1. Tillaéa Mich. VI. (ni).

1 St!T' dU°' ligf-e°d • "2? rtÖgend,e » "« «™"vanmeeUn,ebl"'en-

takken (fig. 876). Bladen ovaal, den tak: bloem: c kelk-,

spits,dicht opeen. Bloemen zittend, rf kroonbiad.

Sluiten