Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1,XXXIX. Fam. Rosaceeën. Roosachtigen.

Kelk- 3-5-slippig, som» met bijkelk. Bloemkroon 4-6-bladig of ontbrekend. Meeldraden 1-4 ot' ceel, erenals de bloembladen op den kelk gezeten. Smnpers 1 tot veel, vrij, elk met een stijl of een onderstandig 1 o-hokkig vruchtbeginsel met 1-5 stijlen. Vrucht een dop-, steen-, bes-, appel- of kokervrucht.

1 Kruidachtige planten ^

Heesters of boornen „

2 Bloemen zonder bloemkroon , klein

Bloemen met kelk en bloemkroon . . . . • • • • • • •

o Kelkslippen 4 (fig. 977). Bloemen 2-slachtig (meeldradett 4J of planten eenhuizig (mannelijke bloemen met vel» meeldi aden). Vruchtbeginsels 1-3. Bladen gevind • • • P 0 u' r 1U m *"• Kelkslippen 8, afwisselend kleiner (fig: 974). Bloemen 2-slachtig, met 4 of 1 meeldraad. Vruefctbeginsel 1. Bladen gelobd ot gespleten • • . . Alchem.U.m

4 Kelkslippen in een rij, evenveel als kroonbladen . . • • • » Kelkslippen in 2 rijen, dubbel zooveel als kroonbladen, de buitenste

5 Bloemkroon geel' (fig. '979).' Vruchtbeginsels en stijlen 2 Kelk

met hakige, later uitgroeiende stekels bezet. Bloemen in aai vormige trossen. Bladen afgebroken-gevind . AgrimoniaJf«. Bloemkroon witachtig. Kelkslippen en kroonbladen 5 .... b

6 Bladen enkel- of dubbel-gevind • ■ ■ o

Bladen 3-tallig of handvormig-samengesteld. . . . . ■■ • *

7 Bloemen 2-slachtig, in samengestelde bgscherraen (fig. 981). Vrucüt-

ies meest meer dan 5, niet openspringend. Steunbladen aanwezig, groot Ulman.m

Planten '2-huizig. Bloemen in pluiravormig gerangschikte aren. Vrachtjes raeest 8, doosvruchtachtig, openspringend. Steunbladen ontbrekend. . A ru ncu* 5 J ».

8 Vruchtjes steenvruchtachtig, sappig, tot een schijnbes vergroeid.

Bloemen alleenstaand of in schermvormige trossen (hg. «&<)•

Kubus sot.

Vruchtjes droog, 5, 1-4-zadig. Bladen 3-tailig. Kroonbladen Uin-lancetvorraiK, iets ongelijk. Bloemen in pluitnvormige trossen Gillen ia & M».

9 Vruchtjes langgenaald door de blijvende, behaarde stijlen. Vrucht¬

bodem droog, rolrond. Bladen afgebroken-liervormig-gevind. Bloemkroon geel of roodachtig . • • • • • • G e u m i0?\ Vruchtjes ongenaald, met korte, afvallende stijlen . • • • • ,lu

10 Vruchtbodem droog, zich niet vergrootend. Bladen handvolmig-

samencesteld, zelden gevind. Bloemkroon geel, zelden wit.

Potentilla stt.

Vruchtbodem zwamachtig, zich vergrootend (fig. 965, 966). Bla-

Sluiten