Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo lang als de kelkslippen, evenals de kelk dunviltig. Vrucht boven en aan den voet verdiept. Vruchtbokjes naar buiten scherpkantig. Bloemkroon rose, zelden geheel wit. 6,00-9,00. K Mei. In bosschen zeldzaam wild, dan doornig. In vele variëteiten gekweekt Appe 1. P. Malus L.

Als sierplanten vindt men:

Stylen vrii. Schtfnvruchten aan den voet versmald. Bloemstelen met schutblaadjes bezet. Bladen lancet vorm ig tot lijn-lancet zonnig, gaafrandig, vooral in de jeugd grijsviltig. Takken verlengd, slank, overhangend, evenals de knoppen behaard. Bloemen in een enkelvoudigen, schermvormigen tros, klein, kortgesteeld. Kroonbladen lanswerpig, in een steel versmald, wit. 3,00-"),00. I>. Mei, Juni. Afkomstig uit West-Azië Wilgappel, f P. siilicitolia L. til.

Stylen aan den voet vergroeid. Vrucht aan den voet verdiept. Bloomen reukeloos of zwak riekend, in schermen of hoopjes 2

Fig. 935. Pirus Malus.

a bloem na verwijdering der kroonbladen en der meeste meeldraden: h stamper; r vrucht, dwars doorgesneden: d vakje van het klokhuis met 1 zaadje.

Fig. '.*36. Sorbus aucuparia. a kelk: h bloem na verwijdering der kroonbladen: ckrounblad: '/stampers: e steenvrucht in dwarsdoorsnede, bij /" in lengte-doorsnede.

Kelkslippen afvallend. Stylen aan den voet onbehaard. Stelen der witte bloemkroonbladen korter dan «Ie kelkslippen. Bladen eirond tot rondachtig. gespitst, gezaagd, meest kaal. Vrucht zoo groot als een kers, zuur, rood of geel, langgesteeld. •2,50-3,00. Ij. Mei, Juni. Uit, Siberië Bes appel, -j- P. haccata L.

Kelkslippen blijvend. Styi aan den voet behaard. Bloemen kortgesteeld. Vrucht

grooter. Bladen in de jeugd behaard, gekarteld gezaagd 3

Bloemen roserood, groot. Steel der kroonbladen langer dan de kelkslippen. Bladen eirond-langwerpig. Vrucht aan den voet niet of slechts weinig verdiept, meest

Sluiten