Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Si engel van boven bijna bladloos (tig. 982). Blaadjes klein , '^^«{e^'i'f fn Vruchtjes behaard • recht. Bloemkroon wit,vaa

het midden knolvormig verdikt. 0,S0-06a *. Juni, Jun^ Filipendula L.t

maal gevonden. Ook als sierplant, dusKwna^p°i" ^ea. f U. tillpéurtula 1. HUI.

22. Gillénia Mnch. XII.

1 Blaadjes langwerpig-lancetvormig. steunbladen Ujnvorniig, Kolk l""m'

Bloemkroon wit. 0,f0-l,60. Juli, Augs. Sierplant uit *™ ifoliata MncU.

2-'{. Rhodothy'pos Sieb. et Zucc. XII.

1 Bladen eirond scherp gezaagd. oTi'^chti^0"mS? k'loine'Uis''.°11enpj^Kroon^ kort gesteeld, wit. Kelkslippen 4' j 030-1 00 ÏÏ April—Juli. Sierheester bladen 4, cirkelrond. Vruchtbeginsels 4. <U»-UW. 4- s,eb et Zuc(.

mt. Innan

24. Kérria D. C. XII.

1 Heester. Bladen eirond-langwerpig, toegespitst, ongelijk dubbel-gezaagd , evenals de geheelo plant kaal. Bloemen alleenstaand, groot, dooiergeel, soms gevuld. 1,00-1,50. '<>• M01* Sierstruik uit Japan. (Córchorus japónicus Tliunbg.) , , _

Joden bloem pje. f K. japonica L.

25. Amy gdalus Trn. Amandel, xii.

1 Bladen aan den voet klierachtig-gezaagd, lancet vormig (tig. 933). Bladsteel even lang als of langer dan de breedte van liet blad, klierachtig. Kelk buis klok vormig. Vrucht langwerpig-eirond, viltig. Steenschaal met diepe groeven. Bloemkroon lichtrose. 2,00-3,0<». b. April, Mei. Sierheester uit Zuid-Europa.

Amandel, f A. communis L.

Bladen gezaagd, zonder klieren. Bladsteel korter dan de breedte van het blad. Kelkbuis rolrond. Vrucht rondachtig. Steenschaal bijna glad, zonder groeven. Bloemkroon rose. 0,80-1,00. Ij. Maart, April. Sierheestei uit Zuid-Europa.

Dwergamandel. 7 A. uaua L,

Trn VVT

' » . & 1 U1J U» A t tlt - V - V Mm

Fig. 983. Amygdalus communis.

Boomen of heesters, met gesteelde, ge- jj^Xadi^sUraper: ïi'wchuvaarzaagde bladen en witte bloemen. 1 Van in e 'de schaal half is weggeno1 Bladen in den knop gevouwen . 2 men: f steenkern. y zaad.

Bladen in den knop opgerold. Bloe- .

«f 9 nf 3 hiieen. Bloemkroon wit of bnna

U1VU — — - «/ Q

wit »#••••••••••*****

2 Bloemen alleenstaand of in armbloemige schermen of in korte schermvormige trossen (fig. 985) .... 3

Bloemen in veelbloemige, verlengde trossen ... 6

Sluiten