Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormig. Blaadjes langwerpig-wigvormig, stomp. Bloemkroon blauw, kiel witachtig. 0,60-1,00. 2|. Juni—Augs. Sierplant uit Carolina . . f B. australis R. Br.

3. Ulex L.

1 Stengel, evenals de bloemstelen, kelken en peulen, afstaand behaard (fig. 991). Bladen priem vorraig, stijf, met stekelpunt; die, in welker oksels de bloemen staan, even lang als de bloemsteel. Bloemkroon geel. 0,60-1,20. K Mei, Juni, ook wel Deer., Janr. Op dorren zandgrond. Vrij algemeen. Soms aangeplant.

Steekbrem. Gaspeldoorn. U. europaêus L.

4. Sarothamnus Wimm,

1 Stengel, evenals de roedevormige takken , kantig (fig. 992). Onderste

Kinzon Q inllin nnni ..u! —

W luuig ) UJCl iul'o" 1 O ~

omgekeerd-eironde blaadjes , de bovenste enkelvoudig, ongedeeld. Bloemen okselstandig, alleenstaand of 2 bijeen. Bloemkroon geel. 0,60-1,50. K Mei, Juni, soms Septr., Octr. weer. Op zandgrond en in heidevelden. Algemeen. Soms aangeplant. (Sarothamnus scoparius

Koch.) Bezemkruid.

Brem. S. vulgaris Wimm.

5. Genista L. Heidebrem.

Lage, rechtopstaande of liggende heestertje» met ongedeelde bladen en gele bloemen 1

1 Bloemen alleenstaand of 2 bijeen in de bladoksels, zjjstandig. Bladen

lantrweroic-lannetvnrm 1 Cf vil n nn.

deren, evenals de bloemstelen, kelk, „ ^

vlag, kiel en peul, aangedrukt- niig is opgerold.

bebaard. Stengel aan den voet liggend, sterk^vertakt, zonder

doornen. Bloemkroon geel. f0,07 0,30. K Mei, Juni, vaak Augs., Septr. weer. In heidestreken, i Algemeen.

. . , ,. , * Kruipbrem.J G. pilósa L.

Bloemen in eindelingscbe trossen (fig. 993) . . 2

2 Bladen zonder steunbladen. Stengel meest gedoomd .... 3 Bladen met korte, priemvormige steunbladen, elliptisch tot lancetvormig, verspreid-behaard of kaal, aan den rand gewimperd.

I

Sluiten