Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

knikkenden, later rechtopstaanden tros. 0,10-0,25. 2].. Juni— Augs. In bosschen. Zonderblad. Stofzaad. M. Hypopitys L. Vormen:

«. glabra Bernh. Geheele plant kaal. Vlij zeldzaam, meest

in beukenbosschen.

3. hirsuta Rth. Alle deelen der bloem (vooral van binnen) en vaak de schutbladen, evenals de spil der bloeiwijze kortbehaard. Vrij zeldzaam, meest in dennenbosschen.

Van Orobanche door de regelmatige bloem gemakkelijk te onderscheiden.

XCVI. Fam. Primulaceeën. Sleutelbloemigen.

Kelk i-ÏO-tandig of -spletig. Bloemkroon 4-10-tandig of -spletig of ontbrekend. Meeldraden 4-7, voor de kroonbladen slaand, sows nog 5 onvruchtbare. Vruchtbeginsel 1-hokkig, meest bovenstandig, met 1 stijl en stempel. Vrucht een doosvrucht met centralen zaaddrager.

1 Bladen kamvormig-vindeelig, in het water ondergedoken (fig. 1099).

Bloemkroon met korte buis en vlakken, 5-lobbigen zoom.

H o 11 ó n i a 333.

Bladen ongedeeld. Land- en moerasplanten 2

2 Bladen aan den stengel verdeeld 3

Bladen in een vvortelroset (fig. 1096) 8

3 Bloemkroon ontbrekend (fig. 1101;. Kelk lichtrose, klokvormig,

5-snleti2. Bloemen in de bladoksels. Bladen meest tegenoverstaand.

6 1 au x 334.

Bloemen met kelk en bloemkroon 4

4 Vruchtbeginsel half-onderstandig (fig. 1100). Bloemkroon wit, klok¬

vormig met 5-deeligen zoom. Meeldraden 10, waarvan 5 zonder

helmknopjes. Bladen verspreid Samolus 333.

Vruchtbeginsel bovenstandig 5

5 Bloemkroon geel, ster- of bekkenvormig, met korte buis, 5-, soms

ook 6- of 7-tallig (fig. 1087, 1089). Stengel bebladerd. Bladen

meest tegenoverstaand Lysimachia js*.

Bloemkroon wit, rood of blauw 6

6 Bloemkroon kroesvormig, 4-spletig, kleiner dan de kelk, wit of

roodachtig (fig. 1093). Meeldraden 4. Bladen verspreid.

Centünculus 330. Bloemkroon stervormig 7

7 Bloemkroon 7-deelig, wit (fig. 1086). Meeldraden 7 (6-8). Bladen aan

het midden van den stengel bijna kransstandig. Trien tal is 3 fi«. Bloemkroon 5-dcelig, rood of blauw (fig. 1091). Meeldraden 5. Bladen tegenoverstaand Anagallis 330.

Sluiten