Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overstaand, lancetvormig tot liju-lancetvormig, spits, zittend met stengelomvattenden voet, met zwarte puntjes. Kelkslippen lijnvormig, spits. Bloemkroon met lijnvormige slippen, goudgeel. 0,30-0,60. 2J.. Mei—Juli. Aan waterkanten, in moerassen en veeDplasscn. Vrij algemeen. (N. thyrsiflóra lichb).

Moeraswederik. L. thyrsiflóra L. Bloemen grooter (0,007-0,02 breed). Kroonslippen breeder, zonder tanden 2

2 Stengel rechtopstaand. Bloemen in trossen of pluimen. Meeldraden

bijna tot het midden, soms alleen aan den voet vergroeid . . 3 Stengel kruipend of opstijgend (fig. 1089). Bloemen alleenstaand, zelden 2 bijeen, in de bladoksels. Meeldraden vrij of alleen aan den voet vergroeid 4

3 Stengel vierkant, de kanten smal-tweevleugelig, naar boven klierachtig zachtbehaard.

Didueu JU Küuiscu »aii •» ui •*,

mer tegenoverstaand. Kelkslippen niet gerand. Kroonslippen klierachtig-gewimperd. Bloemkroon goudgeel, niet bruinen voet. 0,60-1,20. Juni—Augs. Verwilderde sierplant. Den Haag, Buiteveen by Erprath, Apeldoorn, Haarlemmermeer, 'sGravezande. Punt wederik. L. pnnctata L.

R+orirrol v>"\Kirln/-»Vifl rt—XTl <>»*_

* O

kant, zachtbehaard. Bladen tegenoverstaand , zelden in kransen. Kelkslippen met roodachti¬

ge n rand (tig. JU88 , '-'g. iuss. knop). Bloemkroon goudgeel.

0,60-1,20. 2J-- Juni. Juli- Op

vochtige, beschaduwde plaatsen en aan waterkanten. Algemeen. Gele veenwortel■ Wilde wilg. Wederik. L. vulgaris L. 4 Bladen rond, stomp (fig. 1089). Bloemstelen meest korter dan het blad. Kelkslippen hartvormig-eirond. Meeldraden aan den voet vergroeid. Bloemkroon croot. iroudsreel. 0.15-

0,45. 4. Juni, Juli. Aan Fig. 1089. Lysimachia Nummularia. slootkanten, in vochtige wei- a meeldraden en stamper.

landen en in de venen. Algemeen.

Penningkruid. L- Nummularia L. Bladen eirond, spits (fig. 1090a). Bloemstelen meest veel langer dan bet blad. Kelkslippen ljjn-priemvormig (fig. 10906). Meel»

Sluiten