Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

0,05-0,45. 2J.. Juli—Herfst. In venen en moerassige hooilanden. Vrij algemeen Waterpunge. S. Valerandi L.

11. Glaux Tm. v.

1 Stengel dicht-bebladerd (fig. 1101). Bladen klein, langwerpig-lancetvorinig tot spatelvormig-elliptisch , iets vleezig, meest tegenoverstaand. Bloemen alleenstaand, zittend in de bladoksels, lichtrose. 0,025-0,15. 2J.. Mei, Juni. Op zilten kleigrond. Vrij algemeen.

M e 1 k k r u i d. G. maritima L.

XCVII. Fam. Plumbaginaceeën. v.

Kelk vliezig, 5-lO-tandig of -slippig. Iiloemkroon 5-bladig of -deelig. )Teeltballen 5, voor de kroonslippen. Vruchtbeginsel 1-hokkig met 5 stijlen of 1 stijl en S stempels. Vrucht meest een blaasvrucht.

1 Bloemkroon diep 5-deelig of 5-bladig. Stjjlen geheel of bijna ge-

urt*l VI IJ £.

Bloemkroon trorapetvorniig, met 5-spletigen zoom. Stalen tot aan den top vergroeid, met 5 stempels . . Plnmbago 570.

2 Stengel niet vertakt (fig. 1102). Bloeiwijze hoofdjesachtig, aan den voet met een naar beneden gerichte cylindrische scheede. Stjjl behaard.

Arméria srs.

Fig. 1102. Armeria elongata.

a kelk: !> bloempje: c kroonblad en een

Fig. 1101. Glaux maritima. e onrUpe, f rijpe vrucht

Stengel vertakt (fig. 1103). Bloeiwjjze scherm-pluimvormig, uit naar één zijde gerichte aren samengesteld. Stijl kaal. Statice 575.

Sluiten