Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 Klimmende heester. Bladen gevind met rank Cobaóa JSf>.

Kruidachtige planten 2

2 Meeldraden op ongelijke hoogte vastgehecht. Hokjes van liet vruchtbeginsel mot

1 (-5) eitjes 3

Meeldradon op dezelfde hoogte vastgehecht. Hokjes van het vruchtbeginsel met vele eityes .... 4

3 Meeldraden ingesloten. Bloemen zonder schutblaadjes Phlox.s&ff.

Meeldraden vaak uitstekend. Bloemen met schutbladen . . . . C o 11 ó m ia SS».

4 Bloemen in trossen, zonder schutbladen. Meeldraden neergebogen (fig. 1129).

Polemónium .fbit.

Bloemen in hoofdjes of alleenstaand, vaak met schutbladen. Meeldraden niet neergebogen.

G i 1 i a

1. Folemónium Trn.

t Stengel kaal (tig. 112»:. Bladen gevind. Blaadjes elliptisch-lancetvormig, spits. Bloemen in een pluim. Bloemkroon hemelsblauw of wit. 0,.10-0,90. 2f. Juni, Juli. Sierplant en misschien soms verwilderd.

Speerkruid. Jacobsladder. f P, coertileam L.

2. Gilia R. et Pav.

1 Bladen 2-8-voudig vindeelig, met lijnvormige slippen. Hoofdjes rijkbloemig, langgesteeld. Kelk wollig. Kroonslippen omgekeerd eirond-langwerpig. Bloemen violetblauw. 0,30-0,0'}. 0. Juni, Juii. Sierplant uit Californië, soms verwilderd (Arnhem, de Bi tl Gilia. -j- G. acliilneilóllH Kenth.

Bladen 2-3-voudig vindeelig met lijnvormige slippen. Trossen 3-6 bloemig. Kelk niet wollig, iets kleverig. Kroonbuis geel, keel purper, zoom bleek-lila. 0,30-0,60. Q. Juli, Augs. Sierplant uit CaliforniP f (J. tricolor Kenth.

3. Collómia Nutt.

1 Stengel rechtopstaand, dichtbebladerd, boneden kaal, boven evenals de bladen en kelken klierachtig kortbehaard. Bladen langwerpig-lancetvormig, zittend. Bloemen vr(j groor. Kelkslippeireirond-lancetvormig, stomp. Bloemkroon eerst geelachtig, later vuil-vleeschrood. Keel verwijd, zoom verdiept. 0,80-0,60 ©. Juni, Juli. Sierplant uit Westelijk N.-Amerika, verwilderd b(j Leimnlden.

Col lom ia. f 0. graniliflóra Dougl.

4. Cobaea Cav.

1 Blaadjes eirond, de bovenste aan den voet ongelijk versmald, die van het ouders!ü paar aan den voet verbreed, stomp tot hartvormig. Bloemkroon (0,0tii vuilpurper. 2,00-3,00. Ij. Mei-Augs. Sierheester uit Mexico . . . . f C. scandens Cav.

5. Phlox L.

1 Stengel kaal, glad of naar boven iets scherp, gevlekt. Bladen hartvormig-eirond, kaal. Bloemen in pluimen. Kelktanden borstelig toegespitst, recht. Kroonslippen omgekeerd-eirond. Bloemkroon purper, mse. lila of wit. 0,so-l,r>0. . Augs., Septr. Sierplant uit Noord-Amerika . , . Herfstseringon. + P. paniculatn L.

Stengel ruw-klierachtig-behaard. Bladen langwerpig tot lancetvormig, de bovenste met hartvormigen voet stengelom vattend. Kelkslippen omgorold. Kroonslippen ori gekeerdeirond. Bloemkroon purper, roserood of lila. 0;I0-0,S0. Juli — Soptr. Sierplant uit Texas.

Phlox. tl'. Druninióiidil Hook.

Stengel ruw-behaard. Bladen eirond tot langwerpig. Trossen fll. Kelk ruwbehaard, met Hjnvormig-borstelige slippen. Kroonslippen 2-spletig. Bloemkroon lila of bleekblauw. 0,30-0,411. 4. April—Jtini. 8ierplant uit N.Amerika. I f. dlvurloata I,.

Sluiten