Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kroon bruinrood, zelden wit. 0,60-0,90. ©©. Mei—Juli. Op zandige gronden, langs dijken, ook in de duinen. Algemeen.

Hondstong. C. officinale L.

Plant witviltig. Bladen langwerpig-spatelvormig, aan weerszijden witviltig, de bovenste zittend, doch naar den voet versmald. Bloemkroon roodachtig, later meer blauwachtig. 0,10-0,40. ©Q. April—Juni. Uit het gebied der Middellandsche Zee. Gorsel (1847) Muurbloomhondstong. C. Chelrll'óllum L.

5. Omphalódes Trn.

1 Bloeiwd'zen armbloemig, alleen aan den voet bebladerd of onbebladerd (fig. 1136). Bloem stelen ten slotte naar beneden gebogen. Bladen stekelpuntig, de onderste langgesteeld eirond of hartvormig-eirond. Stengelbladen eirond-lancetvormig. Bloemkroon hemelsblauw. 0,00-0,15. 4. April, Mei. Sierplant uit Oostenrijk, soms verwilderd in bosschen . . . Amerikaanse!! vergee t m|j n ietje. -j- O. vérua Mnch

Fig. 1130. Omphalódes verna.

a kelk: h opengelegde bloemkroon met de meeldraden.

Fig. 1137. Cerinthe minor.

« bloem: b bloemkroon, geopend: c stamper: (I, e vruchtjes.

6. Cerinthe Trn.

1 Bloemkroon (tot over het derde deel) 5-spletig, mot samensluitende slippen, geel (lig. 1137). Onderste bladen langwerpig-spatelvormig eirond, de bovenste hartvormig eirond, stengelomvattend. ,.0,16-0,'4r>. 4. Mei-Juli. Aangevoerd. Deventer, Rotterdam.

Geel waubloempje. C. minor L.

7. Amslnckia Lehm.

1 Bladen lijnvormig, de lioogere eirond, zittend. Stengel iets vertakt, met 4 of 5 aar vormige trossen aan den top. Trossen onbebladerd of beneden bebladerd. Bloemkroon geel. 0,10-0,30. 0. Mei—Juli. Uit Californië. B|j Koudekerk b|j Alphen, Hiilegoiu, Nieuw- en St. Joosland, Arnhem, Rotterdam, Deventer, Middelburg, Zoeterwoude en Haarlem gevondeu Amsinckia. A. Ijcopstdlofdeg Lehm.

Sluiten