Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stengel beneden kaal. Bloemen groot, in yle trossen. Kelkslippen rondaclitig-omgekeerd-eirond. korter dan do bloemkroon (fig. 1172). Onderste bladen eirond-lancetvonnis, de bovenste Min lancetvormisr. Bloemkroon purper, geel.

>Vll UI IJUIll. U,OU-U,DU. -f. u U111 ~ öc JJ l> l • OlCipiaiJL Uit 6U1U-

Europa, ook verwilderd, doch vr(j zeldzaam, op otide muren.

Leeuwenbek, i- A. nnijus L.

o. Collinsia Nutt.

Hg. 1172.

1 Bloemen in rijkbloemige schjjnkransen. Bloemstelen korter dan de

kelk. Kelk half zoo lang als de bloemkroon. Bloemkroon 0,010-0,02 lang, wit tot licht violet. Onderlip wit, aan den top vuilpurper, aan de z(jden violet, rose-purper. 0,30-0,45. Q. Juni—Augs. Sierplant uit Californië. Bij Gendringen (N.-Br.) verwilderd.

f C. biculor llenth.

6. Linaria Trn. V 1 a s 1 e e u w e n b e k. Leeuwenbek.

Vlash uid. *). xiv.

Verschillend gevormde kruiden met meestal verspreide, gaafrandige bladen en gesteelde, okselstandige ot in eindelingsche trossen gerangschikte bloemen 1

1 Stengel liggend of kruipend (fig. 1173).

Bladen gesteeld. Bloemen alleenstaand in de bladoksels ... 2 Stengel rechtopstaand of opstijgend (fig. 1177). Bladen meest zittend 4

2 Plant kaal (fig. 1173). Bladen korter

dan do steel, hart-niervorraig, 5-lobbig, handnervig, van onderen meest roodachtig. Bloemkroon licht-violet, met 2 gele vlekken. 0,15-0,60. 2).. Mei—Herfst. Op oude muren. Vrij algemeen. Ook als sierplant.

Muur leeuwenbek.

L. Cymbalaria Mill.

Plant klierachtig-zticht-bebaard. Bladen langer dan de steel, vinnervig. 3

3 Middelste bladen spies-

vormig (fig. 1174), de bovenste pjjlvormig.

bloemstelen meest kaal. Kelkslippen lancctvor-

inig. Spoor recht. Bloemkroon geelachtig-wit, bovenlip van binnen

Fig. 1174.

Fig. 1173. Linaria Cymbalaria.

a kelk; b bloem; c stamper; donr(1pe, e rype, openspringende doosvrucht.

BU dit geslacht komen radiaal symmetrische bloemen (Pelori«"n) voor, en wel in ü vormen, zonder spoor of met 5 sporen.

Sluiten