Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 Kelk meest eirond, soms buis- of klokvormig. Bovenlip der bloem¬

kroon naar voren gekromd. Kroonbuis zonder haarring . • 3

Kelk klokvormig. Bovenlip der bloemkroon recht. Kroonbuis wijd, van binnen met een haarring. Stengel aan den voet houtig. Bladen langwerpig met versmalden voet fijn gekarteld, rimpelig, in de ieugd evenals de takken witachtig grhsviltig (fig. 122U). Bloemen vr(i groot. Schiinkransen 4-12-bloemig. Kelktaiiden in een doornige naald eindigend. Bloemkroon violet. 0,80-0,63. b. Juni, Juli. Sierplant uit Zuid-Europa. Sjms verwilderd Salie, -j- S. officinalis L.

3 Kelk eirond. Bovenlip van den kelk met naar binnen gebogen rand,

kort 3-tandig, onderlip 2-spletig- Bovenlip der bloemkroon sikkelvormig samengedrukt 4

Kelk klokvormig, bovenlip .>-tanaig mei rechte tanden, onderlip 2 spletig. Bovenlip der bloemkroon sikkelvormig gebogen. 7 Kelk buisvormig, bovenlip afgeknot met 3 kleine, van elkaar verwijderde tanden. Bladen gesteeld, eirond-lancetvormig. Sch\jnkransen van elkaar verwijderd, meest O-bloemig. Bovenste schutbladen een donkerblauw, violet of witachtig bundeltje boven aan den stengel vormend. Bloemen bleekpurper of blauwachtig. 0,30-0,60 0. Juli, Augs. Sierplant uit Z.-Europa, by Rotterdam verwilderd. Bonte salie, f 8. Horimuum L.

Fig. 1220. Salvia officinalis. Fig. 1221.

a bloem; 6 kroonbuis met de meeldraden :

c opengelegde bloemkroon: d stamper:

e vruchtjes.

4 Bovenlip van den kelk kort 3-tandig, onderlip 2-spletig. Bovenlip

der bloemkroon sikkelvormig samengedrukt 5

Bovenlip van den kelk gaafrandig. Plant klierachtig behaard, vooral naar boven. Bladen langgesteeld, langwerpig-eiiond, toegespitst, met hartspiesvorrnigen yuet, ongelilk gekarteldgezaagd, zacht, vlak, het bovenste paar klein, kurtgesteeld. Schiinkransen -J-6-bloemig, in do oksels van kruidachtige, langwerpigeironde, toegespitste aan den voet afgeronde, ten slotte teruggeslagen schutbladen, die korter dan de kelken zSfn , aan liet eind van den stengel een losse bloeiwüze vormend. Bloemen groot, lichtgeel met bruinroode puntjes. 0,80-0,60. 2^. Juli—Septr. Sierplant uit de Alpen Kleverige salie, f S. glutinosa L.

5 Bovenlip van den kelk niet afgerond b

Bovenlip van den kelk afgerond met 8 zeer kleine tanden Mg. 1221). ^.h"™aden groen. Bloemkroon minstens 2 maal zoo lang als de keik. Onderste bladen mm

Sluiten