Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21. Galeópsis L. Hennepnetel.

Behaarde kruiden met meestal vertakten stengel, gesteelde, ongedeeld bladen en bladokselstandige of eindelingsche, 6-bloemicre scbijnkrar sen of ook 1-2 bijeenstaande bloemen

1 Stengel onder de knoopen niet of weinig verdikt, met zachte, eers aangedrukte haren bezet. Bladen gesteeld, de bovenste bijna zittend met wigvormigen voet, spits, gezaagd, kortbehaard. Kroonbui dun, meest veel langer dan de kelk ;

Stengel onder de knoopen duidelijk verdikt.' Bladen'eirond tot lang

werpig-eiruna, toegespitst . . 3 2 Bloemkroon vrij groot tot klein , lichtpurper, zeldzaam wit. Bladen langwerpig tot lijn-lancetvormig (fig. 1248). Schijnkransen 6-10-bloemig. Bovenlip iets of ingesneden getand. 0,07-0,30. 0. Juni—Herfst. Op bouwland, in bosschen , op zandige plaatsen. Vrij zeldzaam.

Raai. G. Ladanum L.

Vormen:

a. latifólia iG. latifólia HoU'm.) Plant naar boven meestal klierachtig behaard, .stengel meest dicht vertakt. Bladen langwerpig tot langwerpig iancetvormig met vry dicht opeenstaande zaagtanden. onder het midden het breedst. Deventer

ï, i°t P ' wiarlois, Rotterdam, I'ig. 1248.

KatwUkT Wassenaar.r"' X oorsclloten' Galeópsis Ladanum fl, angustifolia. /?. an gu s tifólia Ehrli. Plant naar " doorsnede van den stengel: b kelk.

kortbehaard, zonder klieren. Stengel meest los vertakt, om streeks in het°midden het'brewist.' W6'nig ««W^en of gaafrandig. Werkendam glvonden"3 met bovenS»'enoemde kenmerken is b« Nijmegen en

/''„üa rv'f'oraK"ch, waarb(j de bloemkroon hoogstens half zoo groot is. is zeldzaam gevonden, by Waalre, met witte bloemen.

Bloemkroon vrij groot (0,02-0,03 lang), geelachtig-wit, zelden purperkleurig. Bladen langwerpig-eirond tot langwerpig-lancetvormig, aan weerszijden dicht zijdeachtig-behaard. Schijnkransen 1030-bloemig. Bovenlip ingesneden-getand. 0,07-0,30. Q. Juni— Herfst. Op zandig bouwland en in de duinen. Vrij algemeen.

Bleekgele hennepnetel G. ochroleüca Lmk.

Stengel, vooral onder de knoopen stijf behaard, overigens (althans beneden) kaal

Stengel met gerichte, zachte haren bezet, onder de knoopen len ook daar

Titopronden be,laard- Bladen met afgeknotten. soms b()na hartvormigen

! ' o?®" met versmalden voet. Schijnkransen ver van elkaar of boven

™ Wilt, &r r™ k ^ t-*root' Bloemkroon fraai purper, aan den voot der onderlip lichter. Kroonbuis wit, naar boven bruinachtig, vrU wat langer dan d«

Fig. 1248.

Galeópsis Ladanum fi. angustifolia.

(i doorsnede van den stengel: b kelk.

Sluiten