Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onderste bladen 3-deelig. de bovenste enkelvoudig iets gezaagdgewimperd.

bloemen bruinpurper. straalbloemen geel. 1,30-I,b0. 4- Aue f ^ ^

Steneel^ nieest^nfet-vertakt evenals de bladen ruw bebaard. Bovenste bladen la ngWOTDie-ovaal tot fangwérpig-lanoetvormig, gaafrandig. Straalbloemen goi.dgee , schüfbloemen donkeXuTrT O/.O-l ,*0. ©*-» J«U-Octr. S.crplant u.t NoordAmerika en b\j Denekamp verwilderd . . . Ruige rudbeckia. r R. Iiirta L.

26. Calliópsis Rchb.

1 Onderste bladen gevind tot dubbel-gevir.d, de bovensteonregelmatigdubbel-drtel^ig, o|ip rnfit liinvormiee blaadjes. Hoofdjes alleenstaand, omdoling- , langg • Straalbloemen "a^werpig oingekeerd-eirond , »spleüg, goudgeel met een grootere of kleine donkerbruine vlek aan den voet. 0,30-0,80. O- Juli-Herftt. Sierplant uit Noord-Amerika. (C. bicolor Kchb.) -. t t. tinctorla Lk.

Bladen gevind, met eironde blaadjes. Hoofdjes alleenstaand, «indeling*. StraalMoo-

t'V -AmlSa aan de" !0el PUn>!r : • t d! Dr-«mmóndU Cn.

27. Zinnia L.

1 Strooschubben toegespitst on aan den top kamvormig gezaagd , ntet gaafra" hart vorm iff-eirond of rondachtig-ovaal, stengelomvattend. Stelen dei nooiajes cynn drisch, langer dan het blad. Straalbloemkronen omgekeerd-eirond, b*jna rond, wit,

geel, purper, 111a 01 scnanaKeiuuuu. uiuo».hoofdjes groot, eindelings, alleenstaand. Vrucht door 2 ongelijke borstels gekroond. 0,30-1,00. O- Juli—Octr. Sierplant uit Mexico.

Zinnia, f Z. éle^ans Jacq.

Strooschubben spits of stomp, gaafrandig. Bladen eirond-lancetvormig, behaard, b eien der hoofdjes boven dikker. Schijf bloemen gooi tot bruin. Straalbloemen 7-11, oranje. Strooschubben oranje. 0,30-0,50. O- Juli — Novr. Sierplant uit Mexico.

+ 'l. Haageana Regel.

28. Echinacea Mnch.

1 Stengel glad. Bladen kaal, de onderste eirond de bovenste lancetvormig. Straalbloemen lang neerhangend, purper. Bloembodem gewelfd met donkergroene schijf bloemen. 1,00-2,00. 2^. Juli-Septr. Sierplant uit N. Amerika . . . t E. pnrpiirea Mnch.

29. Filago Tm. Vil'tkruid.

Kleine, eenjarige, viltige kruiden met vertakten stengel, zittende. dicht opeengehoopte, spitse bladen en

kleine, meestal opeengeooop™^ .- ]m germanica.

hoofdjes met gele bloemen (straal- a bloegnlkluwerl. /, een hoofdje; erf

bloemen nauwelyks waarneem uaar, tweosiac(,tige bloemen; < vrouwelijke

zeer smal) ^ bloem met strooschub, bij / beide los

1 Omwindselblaadjes met lange, haar- van elkaar.

achtige punt, tijdens den vruchttijd rechtopstaand (hg. ld»4). Hoofdjes in kluwenB van 10-30 . ,

Sluiten