Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bladen vrij kaal. 0,30-0,45. ©. Juni—FTerfst. Langs wegen,

dijken en ruigten, ook op bebouwde gronden. Vrij algemeen.

Stinkbloem. Puddebloem. Stinkende kamille. A Cótula L.

Hoofdjes kleiner dan van A. arvensis, even groot als van Matricaria , C h a m o ni i 1 i a.

5 Strooschubben lancetvormig, spits of stekelpuntig, gaafrandig (fig. 1405). Bloembodem kegelvormig. Bladen dubbel-vindeelig, met ljjn-lancetvormige, gaufrandige of 2-3-tandige slippen. Plant zachtbehaard of kaal. 0,15-0,45. ©OJ^en Q. Juni—Herfst. Op zandig bouwland. Vrij algemeen.

Wilde kamille. A. arvénsis L.

Fig 140."». Anthemis arvensis.

" bloemhoofdje van achteren: b straalbloem; c scliUfbloem strooschubben en bloembodem; d schijf bloem; e vrucht.

Fig. 1406. Matricaria inodora.

a omwindsel; '< bloembodem in doorsnode met een paar bloempjes; c straalbloem: d schyfbloem; e, f vruchtjes.

Strooschubben lancetvormig, naar boven iets verbreed, stomp en stekelpuntig, iets getand. Bloembodem verlengd-cvlindrisch. Buitenste vruchten vaak met scheef afgeknotten kelkzootn. Plant Krjjs behaard. Aromatisch riekend. 0,15-0,30. Q. Juni—Augs. Op verschillende plaatsen aaDgevoerd.

Rutheensche kamille. A. ruthénica M. B. Vau A. arvensis door sterkere beharing en aromatischen reuk te onderscheiden.

Sluiten