Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar geen gelegenheid tot hooge beschaving, noch tot rijkdom (het ambts-inkomen werd slechts geschat op f 30 per jaar). Maar Kaat Mossel stond toch veel hooger dan hare twee bovengenoemde voorgangers, want zij meende het goed; wat zij gedaan heeft, kwam uit het hart; zij zocht niet zichzelf, zij zocht slechts het heil en de eer van het „Oranjebloed". — En dan — al moge ze misschien — vooral voor een stadsambtenares — wat wild en woelig zijn opgetreden, zij heeft er vreeselijk voor geleden, zij is onwettig en onredelijk behandeld, zij heeft zonder eenig vonnis meer dan drie jaar gevangen gezeten als rampzalig slachtoffer van blinde partijwoede. — Daarom mag ze niet vergeten worden, als zoodanig moet ze in eere worden gehouden bij een volk, dat zijne vrijheid lief heeft.

't Is waar — ze is in 't jaar 1787 in eere hersteld, zelfs eenigszins beloond voor haar lijden, maar in haar laatste levensjaren heeft ze toch ook den wind nog weer zien keeren en is ze weer teruggestooten en gehoond; haar sterfbed is droevig en armzalig geweest. Dreyfuss en Piquart zijn in onze dagen gansch anders in eere hersteld en toch zal het nageslacht niet verzuimen, hunne gedachtenis vast te houden. De vloek der booze daad is, dat ze andere booze daden voortbrengt, zeker; maar daar kan ook een zegen tegenover staan: de booze daad, vereeuwigd in hare slachtoffers, kan door alle tijden heen de luide waarschuwing verkondigen: „weest rechtvaardig, schuwt den feilen

Sluiten