Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

macht laten aanmarcheeren ? Zóóver was men nog niet, zulke dingen heeft pas de Fransche tijd gebracht.

De „volksvertegenwoordigers" redeneerden, zooals koning Lodewijk XVI eenige jaren later gedaan heeft: „als de Heeren niet willen gaan, moeten ze blijven", maar ze voegden erbij: „we zullen intusschen alvast zeven nieuwe kiezen". — En zoo geschiedde; onder veel beweging werd men het eens over de volgende personen: Huichelbos van Liender (de bekende mede-oprichter van het Bataafsch Genootschap), Top, Erbervelt, Ram, Ellinckhuysen, M. M. de Monchy en A. van Beeftingh, die dadelijk daarop aan het verzamelde volk werden voorgesteld en geproclameerd tot nieuwe vroedschapsleden. Dat was de „Re mot ie", een spelletje, dat in Rotterdam niet vreemd was; want men had het reeds vertoond in 1672, toen de schutter-krijgsraad vanuit het „Zwijnshoofd" op de Groote Markt naar 't stadhuis was getrokken. Maar toenmaals had men 't gedaan „voor den Prins", nu voor 't eerst was men opgetreden voor zichzelf, voor 't „souvereine volk".

't Zal dus wel niemand verwonderen, dat deze eerste proefneming niet zoo heel gemakkelijk in haar werk ging; de eerbied voor den nieuwen souverein was nog niet dadelijk groot genoeg. Onze schrijver vermeldt zelfs met kennelijk genoegen, dat de stadsboden weigerden, de nieuwbenoemde vroedschapsleden te gaan halen. En waarom? Omdat de afgezette vroedschapsleden (onder wie ook burgemeester van

Sluiten