Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man; straks komt hy hier — op raad van Schlecker was ik inmiddels een proces tot schadevergoeding tegen Von Schmettau begonnen, op grond dat hy Von Gersdorf had toegestaan die vyvers te hebben met die sluis. Het proces duurde lang. Ik verloor het. Dat was in...

(Hy bladert in papieren.)

Vrouw Arnold.

Dat is drie jaar geleden. Dat was in 1776.

Arnold.

Ja, in 1776. Von Schmettau had den afloop van dit proces afgewacht. Nu hy ook dat gewonnen had, dagvaardde hy my weer tot betaling van pacht. De gierigaard rekende uit, dat hy nu van 1771 tot 1776, dus voor vyf jaar, aan pacht van my te vorderen had, 320 daalder en 10 groschen.

Berger.

Hoe wordt dat in eens zoo veel?

Arnold.

Dat vraag ik ook. Myn pacht is tien daalder per jaar en zes mud koren. Hier heeft u de akte.

(Hy toont het in de akte.)

Reken het mud koren — en nu wil ik eens heel hoog taxeeren — op anderhalf daalder; dan wordt het per jaar alles met elkaar 19 daalder. Dat is in de vyf jaar 95 daalder. En daarvan heb ik een gedeelte betaald ook. Hoe komt nu die schoft aan 320 daalder ?

Sluiten