Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neumann.

(Leest met glimlachend gezicht. Na een kleine pauze zegt hy als tot zich zelf:)

Wat een mooie studie is toch de rechtswetenschap! Altyd verrassingen! Altyd iets nieuws, dat je zou denken, dat geen mensch in staat zou zyn om te verzinnen !... Wat is de juridische wetenschap toch schoon!...

(Leest weer, verkneutert zich in de lectuur.)

Maar dan moet die molenaar, dan moet die rekestenfabrikant het verliezen I Dan kunnen we met dat heele onderzoek van dien soldaat en my wel eindigen!

(Hy heeft dit vroolyk gezegd, maar plotseling begrypend, dat hy zyn gemoedstoestand niet mag laten blyken, zegt hy nu ernstig:)

Ik bedoel... het zal een zware stryd voor ons, rechters, kunnen worden, waaraan wy nu gehoorzamen zullen: aan onze ydelheid, die ons voor zou schryven, te volharden by onze vroegere meening, dat Arnold het moet winnen, of wel aan de juridische wetenschap, die, inmiddels vooruitgegaan, ons théns voorschryft, dat Arnold het moet verliezen.

Scheibier.

Wat my betreft, mynheer de president, ik blyf by myn vroegere meening. Wy hebben dien armen man dat nu eens gezegd; daar moeten wy, vind ik, ons aan houden.

Neumann.

Ik kan er in komen! O, ik kan er in komen! Ik vind haar heel natuurlyk, uw meening- Maar... laten wy niet vergeten ...

Koningsrecht 6

Sluiten