Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Koning.

En wat is dat voor verzoek?

Arnold.

Majesteit! Ik durf het haast niet zeggen I De Koning.

Nu, nu, vry uit de borst. Van openhartigheid houd ik.

Vrouw Arnold.

Ik zal 't maar zeggen, Majesteit! Het duurt zoo lang!

Arnold.

(Nu vrymoediger.)

Ja, Majesteit! U is zoo goed, dat u zich met eenvoudige menschen, als wy zyn, zoo veel bemoeit! Maar het duurt zoo lang! Het verdriet vreet ons leven. Dat altyd staren op hetzelfde verdriet, het maakt een mensch krankzinnig. En al banger worden we, dat we nooit recht krygen.

Vrouw Arnold.

W aarom moeten wy ook bedelaars zyn, en moeten anderen ons goed hebben?

De Koning.

(Hy heeft gedurende het spreken van Arnold en zyn vtouw teekenen gegeven, dat hy hen gelyk geeft en zelf ongeduldig is, dat de zaak nog niet is beëindigd.)

Jullie hebt gelyk, het duurt lang, het duurt schandelyk lang. Maar aanstonds komt het eindvonnis. Dat moet gunstig zyn. Dat zal gunstig zyn ...

Arnold.

Dat zal het niet, Majesteit! Recht kryg ik niet van rechters.

Koning«recht 0

Sluiten