Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij vooral bij nacht den vijand en zijn bondgenooten trachtte aan te vallen. Neen, een onbeduidend vijand was hij niet geweest! Het deed hem jaren daarna en ook op dezen morgen nog goed, zich te herinneren dat het Nederlandsch Gouvernement den val van Simpang Olim als een der hoofdgebeurtenissen van den Atjeh-oorlog beschouwde.

Die val had plaats in 1876. In December van dat jaar werd in zijn residentie een Hollandsch fort gebouwd en Toekoe Moeda Nja Malim met zijn geslacht voor altijd van de regeering uitgesloten.

Wat een vernedering voor den eerzuchtige! Was het wonder, dat hij besloot zich te wreken? Was het niet natuurlijk dat vele getrouwen hem volgden in het gebergte en besloten alles op te offeren om den gehaten indringer zooveel mogelijk af breuk te doen ?

Telkens bemerkte men de volvoering van hun plannen. Een Radja, bondgenoot van Van der Heijden, werd door een van Nja Malim's getrouwen gedood. Hetzelfde lot ondergingen een schildwacht en een patrouille van twee soldaten, die zich te dicht bij de schuilplaats der wraakgierigen gewaagd hadden.

Nog grievender beleediging wachtte hem. De voornaamsten van Simpang Olim, op bevel van Van der Heijden bijeengekomen, kozen tot Radja den grootsten vijand van Toekoe Moeda Nja Malim

Sluiten