Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zoo mogelijk werd de dorst naar wraak hierdoor nog grooter.

Tot 9 Juli 1877 hield hij het in zijn schuilhoek uit; twee keeren beproefde hij het fort Blang-Ni, waar de soldaten der „Compagnie" zich bevonden, te nemen, eens bij nacht en eens over dag, doch beide keeren vruchteloos. Wel waren er bij de laatste poging veel dooden gevallen, maar wat beteekende dat voor het groote leger ? De zeven man, die hij verloren had, dunden zijn gelederen meer.

Soms dacht hij eraan, zich te onderwerpen, maar toen hij vernomen had dat de bevelhebber Van der Heijden verklaarde, dat de rust niet volkomen zou zijn, zoolang Nja Malim niet onderworpen was, toen zwol zijn borst van hoogmoed. Hij, die zich in de bergen moest schuilhouden, en door slechts weinigen werd ondersteund, werd nog gevaarlijk geacht voor de rust en de veiligheid! Dan maar getracht, nog meer volgelingen te verzamelen en den strijd vol te houden tot het einde!

Maar Van der Heijden liet het niet bij „zeggen". Evenals van alles had hij zich ook van de schuilplaats van den vijand op de hoogte gesteld. Sterk verdedigd was zij, maar .... aan de rivierzijde niet. En juist aan dien kant geschiedde den 9en Juli 1877 op het onverwachts de aanval.

De schrik onder de volgelingen was zoo groot,

Sluiten