Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE HOOFDSTUK.

zonderlinge dingen.

Zoo was Atjeh rustig geworden, rustig zooals nog nooit vóór dien tijd. Wel had zoo nu en dan het zwaard in de scheede kunnen blijven, maar geheel en al rustig was het nog nimmer geweest. De toestand in Atjeh was het best te vergelijken bij een grooten brand in een ruimte, die niet geheel en al te overzien was. Waar de vlammen zichtbaar werden, daar ijlde men heen om te blusschen, en meestal gelukte het dan ook. Maar nauwelijks was men het vuur meester, of op een andere plaats, waar men het volstrekt niet verwacht had, sloegen rook en vlammen weer uit, en opnieuw werden er blusschers vereischt. Leest nu voor brand oproer en voor blusschers soldaten en gij hebt een juist beeld van den toestand in Atjeh vóór de komst van Van der Heijden. Hoe geheel anders was het nu!

Terecht had Van der Heijden het noodig geoordeeld

Sluiten